Posts tonen met het label Frankrijk. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Frankrijk. Alle posts tonen

maandag, augustus 06, 2007

Restje Frankrijk

Ik heb nog wat foto's in de aanbieding van het tripje Frankrijk met Zoon, alweer zo'n drie weken geleden.
Op een dag reden we naar Mont St. Michel. Volgens de verhalen heeft de aartsengel Michael een bisschop tot drie keer toe bezocht en hem met steeds dwingender kracht verzocht om een klooster te bouwen op een plek die in de oude Keltische godsdienst al heilig was. De bisschop, die wat schijterig was aangelegd, durfde in eerste instantie niet zo goed. Het Christendom was in die tijd (begin 8e eeuw) nog niet zo stevig verankerd in Normandië en hij was bang dat de bevolking zich tegen hem zou keren. Pas toen Michael bij zijn laatste bezoek zijn vinger in het voorhoofd van de bisschop priemde, ging deze overstag.
In juli zijn er blijkbaar nog veel meer mensen die willen zien wat dat initiatief uiteindelijk heeft opgeleverd. Zoon en ik waren gelukkig al heel tevreden om vanuit de verte te genieten van het indrukwekkende bouwwerk. Zo bespaar je jezelf een hoop narigheid, nietwaar? Vervolgens zijn we langs de kust naar het noorden gereden, her en der stoppend om het landschap goed in ons op te nemen. Op deze foto is de heilige berg tot een klein frutseltje gereduceerd.Dit was het uitzicht naar de andere kant toe. Het was overduidelijk eb en het deed sterk denken aan de Waddenzee.
Een dag na dit alles reden we naar Bayeux om daar de Tapisserie te bezichtigen die Koningin Madeleine maakte -samen met haar hofdames, neem ik maar even aan- om de Slag bij Hastings in 1066 te verbeelden. Haar man Willem de Veroveraar voerde daar de Franse troepen aan en kreeg er na de overwinning nog een koninkrijk bij. Zo ging dat in die tijd.In de kathedraal van Bayeux werd de Tapisserie regelmatig getoond, zodat gelovigen op de hoogte konden blijven van de vorderingen.
Later in de middag kwamen we aan in Rouen om daar ook nog de kathedraal te bezoeken, maar kwamen "per ongeluk" eerst in de kerk van St.-Ouen (geen typefout) terecht.Zeer indrukwekkend door de eenvoud, al het licht en de enorme verticaliteit, waardoor de hoogte immens leek. Heel stil en rustig konden we een kaarsje opsteken voor onszelf en Dochter en Vriend (die in Spanje waren) om zo een veilige thuisreis voor ons allen te vragen. Daarna gingen we ook nog naar de "echte" kathedraal: afgeladen met luidruchtige toeristen...
En op donderdag 18 juli, rond de klok van vijven, waren we inderdaad allemaal weer veilig thuis. Het voelde alsof ik heel lang weg was geweest en na berekening bleek dat we 10 kerken (gemiddeld één per dag) hadden bezocht en 3000 km afgelegd. Wowie!

maandag, juli 16, 2007

Kilometers vreten

We waren van plan om ergens in de buurt van Gien wederom op een Eceat-camping te gaan staan, in het mooie Loire-gebied met veel interessante kastelen in de buurt en aardige steden om te bezoeken. Het was een fijne tocht er naar toe (Zoon raakt nu ècht bedreven in het kaartlezen), maar wat een verschrikking toen we op de plaats van bestemming aankwamen. Krijsende kinderen in een zwembadje, alleen maar Nederlandse auto's op het parkeerterrein.
No go area for us.
Dus snel weer weggereden.
Waar nu naar toe?
Normandië!
Waarom niet?
Ja, zo gaat dat...
Via Orléans, Le Mans, Alencon, Bagnoles de-l'Orne en Domfort kwamen we om een uur of acht tijdens het vallen van de laatste druppels uit een fikse regenbui aan op een camping die totaal verlaten was. Prachtige boerderij, schitterend grasveld, rust. De boerin, een stoere edoch aantrekkelijke Francaise, kwam ons verwelkomen. We mochten gaan staan waar we wilden.
Bovenaan het grasveld stond een waanzinnige eik. Hij was me al meteen opgevallen en onder zijn takken, aan de voet van zijn stam hebben we tussen de druppels door ons tentje opgezet. Op het moment dat alles gereed was, begon het prompt te hozen. Zó gezellig! Eigenljk is kamperen zonder regen drie keer niks, toch? Vooral als het niet te lang duurt en de zon erna gewoon weer gaat schijnen.

zondag, juli 15, 2007

Le week-end

Vrijdagmorgen (de 13e!!) om precies 12 uur was de tent afgebroken en waren alle spullen in de auto (onze onvolprezen Leo) geruimd. We waren klaar voor vertrek, maar moesten nog betalen. Het duurde even voordat we Lucas gevonden hadden, die druk bezig was op zijn landgoed. Alles bij elkaar waren we 45 euro kwijt voor drie nachten. Niet echt goedkoop, maar ach, het is ook een beetje voor het goede doel èn het was er waanzinnig rustig geweest. Dat is me ook wat waard.
Het ging westwaarts, richting Auxerre en dan weer meer naar het zuiden. Daar heeft Zusje sinds drie jaar samen met echtgenoot en kinderen een tweede huis. Zusje en Zwager kunnen het klussen niet laten. Ze wilden eigenlijk een eenvoudig huis aanschaffen om er in alle rust van te kunnen genieten. Maar ja, voor het beschikbare budget waren er slechts foeilelijke panden in de aanbieding. En Zusje en Zwager kunnen niet tegen lelijk. Dus besloten ze dan maar een soort van bouwval te kopen, zodat ze het helemaal naar hun smaak weer op konden bouwen.
Ik ben helemaal geen klusser. Ik haat het gedoe, ik haat de stress, ik haat het lawaai: ik haat alles aan klussen. Ik wil best de catering doen voor klussers, maar verwacht verder alsjeblieft niets van mij.
Affijn, door allerlei omstandigheden opgeteld bij mijn diepgevoelde weerzin tegen klussen, was ik er nog steeds niet aan toegekomen om het stulpje van Z&Z te bezoeken. Dat ging dit weekend veranderen en na een wederom mooie reis langs groene Michelinweggetjes via onder andere de Chabliswijnstreek, kwamen we uiteindelijk op de plaats van bestemming aan.
Het landschap is glooiend met veel tarwe, lijnzaad en zeeën van zonnebloemen. Z&Z hebben het prima voor elkaar en het was goed toeven met zwempartijen in een nabijgelegen meer en lekker eten en drinken op het terras voor hun "maison".
Maar morgen gaan Zoon en ik weer verder.

donderdag, juli 12, 2007

Jeanne in Neufchateau

Op de 79ste verjaardag van (O)pa zijn we in noordoostelijke richting naar Neufchateau gereden over mooie weggetjes en door landschappen waarin Zoon en ik met gemak aanstormende ridders met wapperende banieren konden visualiseren.
Aangekomen in de stad, die prachtig en strategisch tegelijk op een heuvel gesitueerd bleek, zoefden we door naar helemaal boven waar de St. Nicolaaskerk op ons wachtte. Er was ruim voldoende plek om te parkeren: dat beloofde een rustig bezoekje.
Niets was minder waar.
Er waren weliswaar geen andere kerkgangers, maar er was een geblondeerd en geheel in het zwart-wit gekleed vrouwtje van halverwege de vijftig, met in haar kielzog een bijna twee keer zo lange jongen van een jaar of zestien, die qua uiterlijk niet in aanmerking kwam om haar zoon te zijn. Ze begroette ons in het Frans en ik antwoordde in een enkel zinnetje.
"De quelle région êtes-vous?" vroeg ze me daarop.
Ik dacht dat ik het niet goed begreep en keek haar zo dom mogelijk aan. Maar nee hoor, ik had het wel degelijk juist verstaan: ze wilde weten uit welke Franse regio ik afkomstig was. Wat een ego-boost! Ik antwoordde dat we uit Amsterdam in Nederland afkomstig waren. Nou, ik sprak heel mooi Frans, volgens haar.
De jongeling knikte enthousiast.
Ik kreeg het een beetje benauwd.
Zoon en ik probeerden ons vriendelijk glimlachend los te maken van het tweetal, teneinde de kerk in ons eigen tempo te kunnen bekijken. Het leek te lukken. Totdat Zoon een neerwaartse trap zag en wilde gaan ontdekken waar die naar toe leidde.
"Dan komt ze vast achter ons aan," siste ik nog, maar het was al te laat. Met een dikke map voor de boezem geklemd kwam ze aanlopen. Vriendelijk maakte ze ons attent op het lage plafond, zodat we onze hoofden niet zouden stoten. Duh.
Beneden aangekomen bleek waar de map voor bestemd was. Bij elk beeld of schilderij, bij elke zuil, waarvoor we stil bleven staan, begon ze eruit voor te lezen. In het Engels... Inspecteur Clouseau was er niks bij. Het fraaiste was nog de uitspraak van het woord century, dat heel vaak voorkwam in de tekst en uit haar mond klonk als sentóeri. Om er nog iets van te begrijpen las ik over haar schouder mee (handig dat ze zo klein was) en iedere keer als ik "het" woord aan zag komen, dwong ik mezelf om de aankomende slappe lach eronder te houden. Het leek me het beste om Zoon niet aan te kijken. Het was een goede mentale oefening.
Weer boven aangekomen maakten we ons definitief(?) los van de goedbedoelende, overenthousiaste schat. Na een rustgevend rondje door de bovenkerk zagen we iets ontroerends staan, in een hoekje vlakbij de uitgang. Jeanne d'Arc, stoer met nonchalante, licht gebogen knie, maar tegelijkertijd ook kwetsbaar en klein. Ze had nog gebeden voor de Piéta die de St. Nicolaas rijk was, in de 15e sentóeri, vertelde de inmiddels weer toegesnelde Francaise.
Snel stonden we buiten. Ik met een hernieuwde belangstelling voor Jeanne, alsof ik even ècht was aangeraakt door de geschiedenis.

woensdag, juli 11, 2007

L & L

Gisteren zijn we aan het eind van de dag aangekomen op Centre Lothlorien: een aantal gebouwen met een groot stuk land er omheen, dat ik op het spoor was gekomen via de site van Eceat, een organisatie voor Eko en Agro Toerisme. Allervriendelijkst werden we begroet door Lucas Slager, de man die het Centrum vijf jaar geleden is gestart en het heeft genoemd naar het Elfenwoud uit In de Ban van de Ring van Tolkien. Hij leidde ons rond en liet het aan ons over om een mooie plek te zoeken. Al snel hadden we onze tent opgezet tussen een paar appelboompjes. Wat een heerlijkheid om zo in de bos- en buitenlucht te emmeren met matjes die zichzelf opblazen (klinkt als...? zelfmoordterrorisme!), slaapzakken, campinggas (kan ook heel explosief zijn) en pannetjes. Ik heb vast zigeunerbloed en Zoon derhalve ook. Het liep gesmeerd.
Toen alles klaar was, zijn we de camping gaan verkennen en het werd steeds vreemder door de benamingen. Onze kampeerplaats heette Balin, de ruimte waarin je kon pingpongen Elesméra en een soort van gemeenschappelijke salon was Gandalf genoemd. De sanitaire voorzieningen hadden ook elfennamen...
Gelukkig was de sfeer zo gemoedelijk en de rust zo overweldigend, dat ik er 's avonds laat in ons tentje niet lang van wakker heb gelegen. Maar ik heb me nog wel even afgevraagd wat iemand bezielt om een dergelijke onderneming helemaal in het teken van een fantasy-boek te stellen, ook al is dat boek gekozen tot het beste van de twintigste eeuw.

Vandaag zijn we zo maar naar Langres gereden om eens te kijken wat daar te beleven viel. Alweer een mooie kathedraal, waar mijn oog op het volgende tafereeltje viel. Langres was een aardig stadje om in te verkeren: zoveel aangenamer dan Reims. De eerste tartelette-jes aux fraises hebben we er verorberd en ook nog een Franse natuurwinkel bezocht. Zoon en ik waren er helemaal alleen met de drie verkoopsters, die met hun betaalde werk duidelijk meer prioriteit legden bij het verbeteren van de wereld in het algemeen dan bij een goede service in het bijzonder. Bovendien was alles ook nog eens hartstikke duur! (Soms ben ik meer Hollands dan zigeuner...)

Vanavond gaan we weer eindeloos pingpongen in Elesméra en daarna lezen bij de lamp die brandt op campinggas. Morgen is er een klankschalenconcert in Gandalf à 5 Euro per persoon...

dinsdag, juli 10, 2007

Vakantie

Vanochtend zijn Zoon en ik in een rustig tempo uit Amsterdam vertrokken, richting Frankrijk. Het stortregende en onweerde en ik zag tussen de grijze regenflarden door een Wegenwachtauto voorbijschieten: toch geen slechte voortekens?
Toen we de ring eenmaal verlaten hadden en echt zuidwaarts gingen, klaarde de boel alweer aardig op en op een paar kleine buitjes na is het droog gebleven. Gisteravond zei Meteo France nog dat het in Noord-Frankrijk nergens zonnig zou zijn, behalve in Normandië. Maar eigenlijk wilde ik zo dolgraag naar de kathedraal van Reims om de glas-in-lood ramen van Chagall nog eens te bekijken. Vlak na Cambrai en voor de splitsing van de A26 en de A2 hebben we het besluit pas genomen: het werd Reims.
Wat is de kathedraal ontzettend imposant, ook al benader je hem met de auto, stapvoets in de avondspits. De 13e eeuwse bouwmeesters hebben iets afgeleverd, dat het grote, het overweldigende representeert.La Notre-Dame de Reims
Het kerkplein is in hevige restauratie, maar binnenin is daar gelukkig niets van te merken. De kathedraal werd in de Eerste Wereldoorlog door Duitse bombardementen -en brand als gevolg daarvan- verwoest. De wederopbouw vond plaats met o.a. steun van Amerikaanse particulieren. Het ziet er weer prachtig uit, maar tussen al het moois zijn ze voor mij het meest opvallend:de ramen van Chagall, die hij in 1974 afleverde. De kleuren en de eenvoud maken ze onnavolgbaar, zoals al zijn werk. Helaas niet al te obvious op deze foto...
Affijn, na de kerk een kopje koffie met iets lekkers erbij. Tijdens het nuttigen ervan bekeek ik het winkelende publiek en probeerde de sfeer te proeven. Het voelde niet echt gezellig daar in Reims. Beetje grimmig en ontevreden; alsof er heel hard gewerkt en weinig bereikt werd. Gelukkig hoefden we niet te blijven.