zondag, mei 25, 2008

Zeun en Dochter

Het was een ongebruikelijke week. Het was de eerste week van de centraal schriftelijke examens, dus er vibreerden allerlei spannende sferen door het gebouw.
Maar het was ook relatief rustig, omdat de klassen aan wie ik doorgaans les geef op schoolreis waren. Zo ook Zeun, die me donderdag het volgende mailde vanuit een bergdorp in Zwitserland waar hij met zijn gehele jaargang per bus naar toe was gereisd om daar mooie wandelingen te maken en wat bosbouwwerkzaamheden te verrichten.
Hallooo!:D
Ik zit nu in de salon, met J. z'n flaptop. We hebben eindelijk internet. Gisteren bij het bomenschillen heb ik m'n been geraakt, maar het gaat al beter. Ik mis jullie best wel veel:). De dag dáárvoor was ik in de rivier gevallen, maar de koudheid viel wel mee. Nou, tot overmorgen.

Leuk, zo'n berichtje.
Ik moest er even over nadenken, maar realiseerde me gelukkig al snel dat het waarschijnlijk maar beter was om e.e.a. luchtig op te vatten, omdat ik anders wel bericht had gekregen van de leiding.
Toch was ik blij toen ik hem gisterochtend in levende lijve kon aanschouwen (en stevig huggen) en concluderen dat hij het uitermate goed heeft gehad.

Dochter heeft na de Krokusvakantie definitief haar studie afgebroken en is naar Rotterdam getrokken, waar ze nu "hokt" met Vriend. Eerst was er de opluchting over de beslissing en de vreugde over het samenwonen: de wittebroodsweken als het ware.
(Vond ik vroeger als klein meisje altijd een heel raar woord, want ik vond witbrood helemaal niet lekker: slappe hap met taaie korsten. Als dat nou de meest zorgeloze periode uit je huwelijk moest voorstellen... dan maar geen huwelijk hoor! En daar heb ik me aan gehouden dus.)
Maar na een tijdje begonnen het krappe budget en de verveling toe te slaan: wat te doen met haar tijd... en haar leven?
Op zoek naar een baantje dus!
De derde sollicitatie was raak en op de dag na Pinksteren is Dochter aangenomen als telefoniste. Ze wordt elke werkdag tussen 9 en 5 gebeld door mensen die hun gemeentereinigingsheffingbetalingstermijnen (leuk woord voor scrabble!) hebben laten verstrijken. En of Dochter dat dan voor ze kan oplossen. Soms blijkt degene aan de andere kant van de lijn een suïcidale bijstandsmoeder te zijn, dan weer een demente bejaarde dame, maar ook wel eens een onbeschofte hufter die mijn kind uitmaakt voor "domme koe" of "kankerwijf".
Het idee...
Nu belt Dochter me bijna elke dag om een minuutje of tien na de klok van vijven, als ze weer op weg naar huis is. Haar stem klinkt licht en vrolijk, terwijl ze me de meest sappige anekdotes van die dag vertelt. Haar supervisor prijst haar de hemel in, omdat ze zo hard werkt en de juiste toon steeds weet te treffen. En eergisteren kreeg ze haar eerste salaris gestort... ze was ontzettend trots.
En terecht!

Geen opmerkingen: