vrijdag, september 26, 2008

Ramadan- een terugblik

Toen ik na de zomer op deze school begon te werken, zong het al snel rond in de lerarenkamer: “De ramadan komt eraan!”. Over het algemeen was de toon die daarbij gebezigd werd niet positief. Ik werd min of meer gewaarschuwd voor de nadelige effecten op onze leerlingen van de voor moslims zo belangrijke, zelfs heilige maand. Deze geluiden kwamen (uiteraard) van de niet-moslim collega’s.
“Let maar op, leerlingen worden steeds slomer, onwilliger, sneller geïrriteerd en op het laatst is er helemaal niet meer met ze te werken. Soms loopt het zo hoog op, dat er complete vechtpartijen ontstaan. En dan gaan ze weer overal spugen, omdat ze hun speeksel niet door mogen slikken. Gatverdamme!“
Ik kende ramadan alleen vanuit de theorie, dus was erg nieuwsgierig naar wat komen ging.
En toen ramadan een dikke drie weken geleden begon, heb ik in enkele klassen gesprekken gevoerd over de betekenis en de bedoeling van ramadan. Het viel me op dat de leerlingen dat heel leuk vonden. Ineens konden ze heel goed naar elkaar luisteren, elkaar aanvullen en allerlei vragen die ik stelde beantwoorden. Ze vonden het duidelijk erg fijn om over iets dat echt van hen is te praten met een leraar die daar interesse voor toonde. Het was opvallend dat het goede gedrag (niet liegen, niet vechten, niet schelden en beleefd zijn) op gelijke hoogte werd gesteld met het vasten. Daarom durfde ik het later aan om leerlingen, die niet goed met elkaar omgingen, erop aan te spreken met een verwijzing naar de heilige maand. “Zulk gedrag kan het hele jaar niet door de beugel, maar nu toch zeker niet: het is ramadan, joh! Ik weet dat het moeilijk is en dat je honger en dorst hebt en moe bent, maar het wordt wel van je gevraagd. Je moet je goed gedragen.” Vaak pakte dat heel goed uit, maar niet altijd.
Zo had ik afgelopen maandag aan het eind van de dag les met een bijzonder onwillige klas. Misschien toeval, maar met deze klas had ik geen klassengesprek over ramadan gehad. Toen ik vroeg wat er toch aan de hand was, omdat hun gedrag zo dwars en slecht was, werd er wat rellerig geroepen: “Het is ramadan, juffrouw, maar dat snapt u toch niet,” gevolgd door een hoop gejoel en gelach. Niet fijn. Zelfs zo ontzettend niet fijn, dat ik de les voortijdig heb afgebroken.
Later sprak ik hierover met moslim-collega A. en al pratende kwamen we erop, dat het goed zou zijn als een door de leerlingen gerespecteerd persoon met ze zou praten over de bedoeling en betekenis van ramadan. A. heeft toen Yassin El Forkani –jongerenimam in Slotervaart- gebeld en die was meteen bereid om te komen. Er werd een afspraak gemaakt voor donderdag, de eerstvolgende keer als ik dezelfde klas weer les zou geven: geweldig!

Vlak voordat de imam (samen met zijn begeleider en A.) in de klas arriveerde, heb ik de leerlingen op de hoogte gesteld van zijn komst en de aanleiding daartoe: de vervelende les van maandagmiddag. Ik vertelde dat A. en ik er verder over hadden gepraat en dat de imam dus nu speciaal voor hen op school kwam. Er was nog tijd over om ze de cijfers voor te lezen, die ze met werk van vorige week hadden behaald. Die waren nogal laag en daar was wat onrust over in de klas op het moment dat de imam binnen kwam. Het was bijzonder opvallend hoe stil de leerlingen plotseling werden toen de imam binnenkwam: ze waren zwaar onder de indruk!
De imam begon met vertellen/vragen wat een imam nou eigenlijk is: iemand die de Koran heeft bestudeerd en zich bezig houdt met de uitleg daarvan. Uitleg van de Koran is belangrijk, omdat je anders het risico loopt dat je het verkeerd leest en dan fouten maakt.
Daarna kwam het gesprek op ramadan, de vier overige zuilen van de islam en de betekenis daarvan. Leerlingen droegen aan dat het vasten gedaan wordt om –net zoals de armen- honger en dorst te voelen. De imam vroeg naar de ervaringen met ramadan: wat doet het met je als je vast? Leerlingen reageerden heel open en vertelden over vermoeidheid, sneller boos worden, hoofdpijn hebben, geïrriteerd zijn. Een jongen zei dat hij er depressief van werd, omdat hij steeds bang was dat hij per ongeluk toch zou drinken als hij zo’n dorst had...
De imam heeft de leerlingen uitgelegd dat ramadan eigenlijk een cursus is om je heel erg geconcentreerd bezig te houden met je gedrag, omdat de Islam en de Koran er vooral over gaan wat je moet doen en laten in het leven: over je gedrag dus.
Vervolgens ging het over dat goede gedrag en dat je best doen op school, je huiswerk maken en hoge cijfers halen ook bij ramadan horen.
Toen kwam het onderwerp van smoesjes ter sprake. Dat er gezegd wordt dat je de tram niet kan halen (en dus te laat komt), je moeder niet kan helpen, je (huis)werk niet kan doen, niet op kan letten in de klas, snel boos wordt etc, allemaal omdat je aan ramadan doet. Smoesjes vertellen is eigenlijk liegen en dus geen goed gedrag. En de conclusie was: als je je niet goed gedraagt en smoesjes gebruikt om onder je (school)verantwoordelijkheden uit te komen, hoef je eigenlijk ook niet mee te doen met vasten, want dat heeft dan geen zin. Je kunt dan net zo goed wèl eten en drinken.
Door de leerlingen werd geopperd dat de school meer rekening moet houden met hoe moeilijk het vasten is en daar respect voor moet hebben. De imam ging daarop in door te zeggen, dat je een proefwerk of een toetsje gewoon moet leren, ook tijdens ramadan en de ramadan niet moet gebruiken als smoes om het niet te doen. Het klopt nou eenmaal niet als je tijdens ramadan je verantwoordelijkheden laat liggen. En hoe moet een leraar daar dan respect voor opbrengen?
De begeleider van de imam (die als een soort aangever fungeerde) opperde dat het er voor de leerlingen misschien ook mee te maken heeft dat de juffrouw geen moslim is en niet meedoet met ramadan en dat je dan minder respect voelt voor die juf. Dat werd beaamd. Een leerling zei dat als de leraren niet vasten “ze” niet weten wat de leerlingen doormaken en daar geen respect voor hebben.
Daarop heeft A. verteld, dat ik in mijn eigen vrije tijd er juist heel erg mee bezig was, dat ik er dus wel degelijk respect voor heb en dat dat er ook voor gezorgd heeft dat nu de imam voor hen naar school was gekomen. Ik vond het erg aandoenlijk, dat leerlingen daarop spontaan applaudisseerden.

Uit mijn rapportage van deze gebeurtenis aan de directie het volgende: “Ik denk dat het goed zal werken als wij als leraren met de leerlingen in gesprek gaan over ramadan en benadrukken dat we het enorm respecteren dat ze zichzelf zoiets zwaars opleggen. Pas als dàt duidelijk is, kun je een volgende stap zetten en gaan praten over goed gedrag. Ze voelen zich al bij voorbaat bekritiseerd omdat ze vasten en als ze dan van daaruit op hun kop krijgen, is er bepaald geen sprake van een pedagogische situatie waarin je iets kunt bereiken, lijkt mij.
Tenslotte lijkt het me buitengewoon belangrijk om niet uit te stralen dat we blij zullen zijn als “het” weer voorbij is of dat we zelfs liever zouden hebben dat het wordt afgeschaft, omdat het alleen maar lastig is. Integendeel: prijs de kinderen, die zich wel goed gedragen en hun werk goed blijven doen, de hemel in! Goed gedrag tijdens ramadan is van meer waarde dan buiten ramadan, want veel moeilijker om vol te houden. Het is mijn indruk dat onze leerlingen het over het algemeen dolgraag goed willen doen tijdens ramadan, maar daar hebben ze onze hulp hard bij nodig. Complimenten helpen daarbij enorm. En wellicht kan een aantal bezoekjes/klassengesprekken met de jongerenimam ook een heel positieve bijdrage leveren, omdat ze dat als ondersteuning zullen ervaren.”

vrijdag, september 12, 2008

Petje op, petje af deel II

Terug in de lerarenkamer schiet ik de eerste de beste collega aan en vertel haar het verhaal van de jongen en het petje en de dreiging die er vanuit ging toen hij zo achter me aankwam in de gang.
"Wat kan ik hier nou het beste mee doen?" vraag ik haar tot slot.
"Melden aan de mentor," is het resolute antwoord, "en die moet dan maar kijken hoe dit afgehandeld wordt. Maar je moet het melden, anders gebeurt er sowieso niets."
Tot mijn vreugde zijn er zelfs formuliertjes om dit soort incidenten te registreren.
Aangezien de collega me heeft aangeraden om mijn melding persoonlijk te overhandigen, in plaats van het via een postvakje te spelen, zoek ik de betreffende mentor op in haar lokaal.
Bijna opgewekt neemt ze mijn ingevulde formulier in ontvangst en begint hele verhalen te vertellen over de klas, die ze dit jaar onder haar hoede heeft gekregen: hoe slecht de werksfeer is, hoe de leerlingen met pennen en andere voorwerpen door de klas gooien, hoe er gescholden wordt en hoe ze al om een co-mentor heeft gevraagd, omdat ze het eigenlijk niet alleen aan kan.
"Ik hoef hier nog maar een paar jaar en ik laat me echt niet gek maken door die kinderen, hoor." Dappere, maar ook wat droevige glimlach.
De moed zakt me enigszins in de schoenen. Is dit mijn voorland?
"Maar wat ga je er nou mee doen?"
"Ik ga zo met zijn ouders bellen en ik maak een kopie van jouw briefje en geef dat aan de teamleider, want die moet hier ook van weten, vind ik."
Als ik aan het einde van de middag naar huis fiets, weet ik niet wat ik mag verwachten.

De volgende ochtend (donderdag dus), in de eerste pauze al, komt die teamleider met het kopietje in de hand naar me toe en vertelt me dat hij Yassine al gesproken heeft en hem een aulaverbod heeft opgelegd voor een week. Ik was namelijk niet de enige die op dezelfde dag een aanvaring had gehad over zijn slechte gedrag in het algemeen en zijn petje in het bijzonder. Hij vertelt dat hij een goed maar stevig gesprek heeft gehad en dat hij niet denkt dat de jongen het mij nog persoonlijk kwalijk zal nemen. Ik hoef niet bang voor hem te zijn.

Maar later merk ik dat ik er nog niet helemaal op gerust ben en dat ik geen zin heb om hiermee rond te blijven lopen. Per e-mail meld ik aan de teamleider dat ik graag ook nog een korte ontmoeting wil om het incident echt af te ronden.
En alweer wordt er razendsnel gehandeld, want vanochtend in de kleine pauze zit ik met Yassine en de teamleider om de tafel. Dat wil zeggen: wij zitten aan tafel en Yassine heeft zijn stoel demonstratief een halve meter naar achteren geschoven.
"We zijn hier bij elkaar, Yassine, omdat Mw. Dollekens graag nog iets tegen je wil zeggen over wat er deze week gebeurd is."
Yassine kijkt naar de grond.
"Ik vind het eigenlijk heel vervelend" begin ik vol goede moed, "dat we elkaar op deze manier hebben ontmoet. En daarom wil ik met nadruk tegen je zeggen dat het er mij niet om gaat dat ik je een nare jongen vind, maar dat het me puur en alleen om je gedrag ging. Ik ken je verder niet, dus daar heb ik geen oordeel over. Je lijkt me eigenlijk best een aardige jongen, maar we moeten ons allemaal aan de regels houden van school houden en daar ging het me om. Snap je dat?"
Ik heb het gevoel alsof ik tegen een muur praat. Hij keurt me geen blik waardig. Zo voelt het althans.
"Waarom mogen we eigenlijk geen pet op?" vraagt hij fel. Niet aan mij, maar aan de teamleider, die hij wèl aankijkt nu.
De teamleider zegt heel terecht dat het daar nu niet om gaat.
"Je mag ook niet door rood rijden, da's ook een regel en daar houden we ons ook aan."
"Ja, logisch," reageert Yassine heel gevat, maar ook wel wat voorspelbaar, "dat is omdat er anders ongelukken gebeuren in het verkeer. Maar waarom zou je geen pet op mogen?"
En daarmee gebeurt er iets, wat ik al veel vaker heb bemerkt. In plaats van dat een leerling ronduit toegeeft dat hij een regel heeft overtreden en dat dat niet kan, weet hij het gesprek heel handig dusdanig te sturen (door steeds maar vragen te stellen, is me opgevallen) dat de ànder zich gaat verantwoorden. Terwijl dat op dat moment helemaal niet onderwerp van gesprek zou moeten zijn. En ja hoor, de teamleider gaat erop in: het heeft met respect te maken. En uiteraard neemt Yassine daar geen genoegen mee, want of er dan uitgelegd kan worden wat respect nou eigenlijk is: een pet ophebben heeft daar helemaal niks mee te maken, etc. En pas dàn zegt de teamleider waar het op staat.
"Hoor eens Yassine, we hebben het hier al over gehad. Je hebt toegegeven dat je hartstikke fout zat en je hebt straf gekregen. Ik heb toen ook tegen je gezegd dat het me een goede zaak lijkt als je Mw. Dollekens bij gelegenheid nog je excuses zou aanbieden. Dat kan nu, dus ga je gang."
"Ik ga mijn excuses niet aanbieden," zegt hij dan, armen over de borst gekruist, ogen naar beneden.
"Waarom niet?" vraagt de teamleider.
"Omdat ze liegt."
"Hoezo?"
"Ik heb geen je tegen haar gezegd."
Het is net alsof ik niet aanwezig ben.
"Je hebt je niet gedragen zoals het hoort, Yassine. Excuses zijn daarom op hun plaats. Als je weigert, ga ik je ouders bellen en vragen of die voor een gesprek op school komen."
Even is het stil.
"OK... ik bied mijn excuses aan."
Voor een halve seconde gaat zijn blik in mijn richting.
"Fijn dat je dat zegt en fijn dat je me er even bij aankeek. Ik ga er vanuit dat dit de laatste keer is, dat we elkaar op deze manier treffen," is mijn reactie, terwijl ik me afvraag of dit allemaal nou wel zo pedagogisch is. Ik kan namelijk met geen mogelijkheid inschatten wat het effect van deze exercitie is op Yassine. En daar gaat het toch om? Of gaat het ook om andere dingen?
De bel snerpt, de pauze is voorbij.
"Ga maar gauw naar je les," zegt de teamleider.
Yassine (die al was opgestaan) is binnen no time het lokaal uit.
De teamleider grijnst.
"Gewoon recalcitrant pubergedrag, door de omstandigheden een beetje uitvergroot," is zijn analyse. Hij is duidelijk tevreden.
Als één en ander na een paar uurtjes bezonken is, voel ik me toch ook wel wat beter door het gesprek. De angel is eruit tussen Yassine en mij. Daar moet ik in ieder geval maar op vertrouwen.

woensdag, september 10, 2008

Petje op, petje af, deel I

Terwijl Zoon dezer dagen voor zijn literatuurlijst Bint van Bordewijk leest, heb ik op woensdagochtend in de aula van mijn school "dienst": ik houd toezicht. Er hangt een onrustige sfeer. Misschien omdat het nu halverwege de tweede week van ramadan is. Door het aanhoudende slaapgebrek en het vasten worden de leerlingen hangerig, slap en misselijk aan de ene kant en luidruchtig, uitgelaten en enigszins recalcitrant aan de andere kant.
Iemand van de bewaking komt naar me toe. Of ik die jongen ken, die met dat witte shirt, die rechts bij het raam zit.
Ik kijk en heb werkelijk geen idee.
"Waarom wilt u dat weten?" vraag ik.
"Hij had net zijn pet op en ik ben naar hem toegegaan om te vragen of hij hem af wilde zetten. Dat deed hij. Maar toen ik me even later omdraaide had hij hem gewoon weer opgezet. Dus ging ik naar hem toe en vroeg hem zijn naam en zijn klas. Die wilde hij niet geven."
"En zijn pasje? Hebt u hem naar zijn pasje gevraagd?"
"Ja, maar ook dat weigerde hij te tonen."
"Ik ga er wel even heen," zeg ik en loop naar het groepje waarvan de betreffende jongen deel uitmaakt.
"Kan ik je even spreken?" vraag ik hem.
"Waarom?""
Eén en al weerbarstigheid.
"Kom nou even, ik wil je alleen maar iets vragen."
De nieuwsgierigheid wint blijkbaar en we lopen samen naar het midden van de aula, buiten gehoorsafstand van zijn vrienden. Ik wil vermijden dat ik binnen no-time in discussie ben met een hele groep en bovendien hoop ik dat hij meer aanspreekbaar is als hij niet stoer hoeft te doen tegenover de rest.
Hij is een flinke kop groter dan ik als hij voor me staat, beetje bleek in het ronde gezicht, grote bruine ogen, bijna kaal geschoren hoofd.
"Ik hoor net van de bewaking dat jij je naam en klas niet wil zeggen en je pasje niet wil laten zien. Klopt dat?"
"Hoezo?"
Dit gaat lastig worden. Hij kijkt me niet aan, maar fixeert zijn blik op de vloer schuin achter me. Zijn hele lichaamshouding straalt afwijzing uit.
"Ik weet niet hoezo. Dat wil ik nou juist van jouw horen. Het had iets te maken met dat je je pet ophad en toen weer af en toen weer op? "
"Ik zit hier niet eens op school."
"Als je hier niet op school zit, mag je hier niet zijn."
"Ik zit hier wel op school, maar ik wil geen problemen."
"Kun je me alsjeblieft aankijken als we met elkaar praten?"
Hij richt zijn blik met duidelijke tegenzin op mij.
"Wat voor problemen bedoel je?"
"Dat ik me 's ochtends drie kwartier eerder moet melden ofzo. Of ik moet mijn pet inleveren. Ik vind dat belachelijk. Waarom mag je geen pet op?"
Blik weer op de grond.
"Juist als je geen problemen wilt, zorg je ervoor dat je de regels niet overtreedt."
"Ik was het gewoon even vergeten... wat is nou het probleem? Je kunt toch wel eens iets vergeten?"
Nog steeds zijn zijn ogen nààst mij gericht. Ik voel hoe verwarrend dat voor me is: het maakt me onrustig. Dus vraag ik hem weer me aan te kijken. Pas na twee keer aandringen, reageert hij. Maar het is voor slechts enkele seconden.
"Hoe kun je zoiets nou vergeten?"
"Ik schaam me voor mijn haar. Het is veel te kort, dus wil ik mijn pet ophouden."
"Staat je anders best leuk, hoor. Daar hoef je je echt niet voor te schamen."
Een kleine glimlach. Hij kijkt me aan, onwillekeurig. Wrijft even over de korte stoppeltjes.
"Zorg gewoon dat je het niet meer vergeet, dan krijg je ook geen problemen, ok?"
"Ja, is goed."
Hij loopt terug naar zijn groepje en ik raak in gesprek met een andere leerling. Even later gaat de bel en in de verte zie ik hem de aula uitlopen.
Met zijn pet op!
Ik trek een kleine sprint. Ik zie hoe hij een bewaker passeert, die hem zegt zijn pet af te doen. Hij gehoorzaamt, loopt een paar meter en zet hem weer op. Op dat moment haal ik hem in en ga ik voor hem staan met uitgestoken hand.
"Ik denk dat je hem nu maar aan mij moet geven."
Ineens komt er een andere jongen langszij, grist de pet weg en gaat ervan door. Verbluft draai ik me om, waardoor de petdrager zijn kans schoon ziet en er ook tussenuit knijpt. Een eindje verderop komt de pet weer bij de rechtmatige eigenaar terug, die hem lachend op zijn hoofd plant, mij aankijkt en een klaslokaal inloopt.
Om mij heen staan leerlingen uit een eerste klas die ik lesgeef. Ze zijn helemaal ontsteld en onthutst.
Binnen een paar tellen ben ik in het lokaal, waar een vrouwelijke collega (kleiner van stuk en smaller van bouw dan ik) in een felle discussie is verwikkeld met dezelfde jongen. Hij gaat tegen haar tekeer; het is nog net geen schreeuwen, maar het is echt helemaal niet zoals het hoort.
"Mag ik even van u weten hoe deze leerling heet en welke klas dit is?" vraag ik haar als ze me opmerkt.
"Dit is Yassine uit 4C."
"Dank u wel, dan weet ik genoeg," en ik loop de gang weer in.
Aan het einde daarvan hoor ik rennende voetstappen achter me. Het is Yassine.
"Waarom heeft u mijn naam gevraagd?" zegt hij. Zijn blik is woest, zijn houding komt dreigend over. Dat hij kwaad is, lijdt geen twijfel.
"Wat denk je zelf?"
"Zeg het me! Waarom moest je mijn naam weten?"
"Je?! O nee...," zeg ik en steek mijn hand op borsthoogte in een afwerend gebaar naar hem op, "als je zo gaat beginnen zijn we uitgepraat."
Ik draai me om en loop weg, zeker wetend dat hij me niet achterna zal komen.
-wordt vervolgd

vrijdag, september 05, 2008

Goed gedrag

In verschillende klassen heb ik het deze week ter sprake gebracht: wat is ramadan precies en wat betekent het voor je? Het was verrassend hoe daarbij steeds als eerste de gedragsregels werden genoemd: niet liegen, niet schelden, niet vechten en beleefd blijven. Het niet eten en drinken is misschien meer vanzelfsprekend voor mijn leerlingen? En over het waarom van ramadan was iedereen het eens: het is goed om te voelen wat arme mensen voelen, namelijk honger en dorst.
Ik heb mijn bewondering voor de volharding in het vasten volmondig uitgesproken en benadrukt dat het goede gedrag heel moeilijk is als je snel geïrriteerd bent, doordat je een droge mond of een knorrende maag hebt. Maar... als je een goed moslim wil zijn en God waardig, is dat goede gedrag net zo belangrijk als het afzien van eten en drinken.
Bij het begin van de Nederlandse les op dinsdagmorgen blijken Emre en Sana uit de eerste klas ruzie te hebben. Ze willen niet dicht bij elkaar in de klas zitten, want ze vinden elkaar "eng". In eerste instantie is een gesprek daarover niet mogelijk. Ze willen alleen maar zover mogelijk van elkaar vandaan.
Ik zeg dat je soms ruzies kunt hebben in een klas, maar dat je altijd moet proberen om dat op te lossen. Je zit immers nog het hele jaar bij elkaar in de klas en je kunt niet optimaal werken als er conflicten zijn.
Nou goed, dan willen ze het wel proberen.
De rest van de klas is heel stil: iedereen heeft zijn volle aandacht bij deze zaak.
"Waarom wil je niet bij hem in de buurt zitten?" vraag ik eerst maar eens aan Sana. Vanonder een donker hoofddoekje kijkt ze me recht aan met haar ronde chocoladebruine ogen, de wimpers licht aangezet met mascara. Voor de duvel niet bang en bepaald niet op haar mondje gevallen. In mijn lessen doet ze altijd goed mee en doorgaans vraagt ze zelfs of ze bij mij aan tafel mag zitten. Maar van een collega heb ik al gehoord dat ze ontzettend fel en bitchy uit de hoek kan komen.
"Hij is eng."
De stem een beetje schel.
De schouders hard en onverzettelijk.
"Wat vind je eng aan hem?"
"Gewoon, zijn gedrag."
"Wat aan zijn gedrag vind je eng?"
"Gewoon, hij is eng."
"Maar wat doèt hij dan dat jij eng vindt?"
"Hij scheldt me uit en hij kijkt raar naar mij."
Emre heeft de hele tijd zijn mond kunnen houden, maar nu is de maat vol voor hem.
"Jij scheldt mij uit en dan zeg ik wat terug ja! Vind je het gek?!"
En hup, zij er overheen en dan hij weer: een enorm gekrakeel. De rest van de klas mengt zich er ook een beetje in, maar laat het gebekvecht toch voornamelijk over aan de twee hoofdrolspelers. Als ik de boel weer rustig heb, herhaal ik wat Sana heeft gezegd (dus jij vindt het vervelend als hij naar je kijkt en dingen tegen je zegt) en vraag Emre nu naar zijn kant van het verhaal. Het komt eigenlijk op hetzelfde neer: zij scheldt hem uit en kijkt "de hele tijd" naar hem.
Uiteraard is het volstrekt zinloos om te achterhalen wie er begonnen is... Maar wat ik wel kan proberen, is om afspraken te maken over hoe ze dit soort conflicten in de toekomst kunnen vermijden.
"Sana, wat kan Emre doen, zodat jij hem niet meer eng vindt?"
"Niks tegen me zeggen en niet naar me kijken."
Emre wil eigenlijk precies hetzelfde van haar en dus zijn ze het snel eens: een compliment waard en dat geef ik ze dan ook.
"Waarom zit hij nou te huilen?" vraagt Sana ineeens, weer met die scherpte in haar stem.
Er druppen inderdaad wat tranen uit de ogen van Emre.
"Wat is er Emre? Waarom heb je verdriet?" vraag ik en geef hem een papieren zakdoekje.
"Ze zeggen ook al dat ik een ramadanvreter ben. Maar ik mòet eten van de dokter!"
En hij wil heel graag in de klas vertellen waarom hij zich niet aan de vasten houdt: hij heeft een lage bloeddruk.
"Wat is dat? Lage bloeddruk? Wat is dat juf?" wordt er door de klas geroepen. Dus probeer ik dat zo goed en zo kwaad als het gaat uit te leggen. Dan snappen ze waarom Emre inderdaad maar beter niet mee kan doen met Ramadan.
"Waarom huilt hij nou juf? Je gaat er toch niet dood aan!"
Sana is een volhoudertje.
"Nee, dat niet. Maar ik kan me voorstellen dat hij verdrietig is, omdat hij niet mee kan doen met iedereen en wordt uitgescholden voor ramadanvreter."
Het is heel stil in de klas en even voelt de sfeer nogal zwaar. Dan heb ik een idee.
"Dus als julie merken dat Emre wordt lastig gevallen door anderen of dat ze over hem praten omdat hij wèl eet en drinkt, dan is het goed als jullie als zijn klasgenoten hem daartegen verdedigen en zeggen dat het een zaak is tussen hem en God en niemand anders. En het is belangrijk dat jullie dat rustig zeggen en je daarbij goed gedragen... Wie wil dat doen?"
Er gaan heel veel vingers de lucht in. De opluchting is bijna tastbaar in het lokaal. Er breekt een opgewekt gebabbel los en ik kijk Sana aan.
"Kun jij dat ook, nu je snapt waarom Emre niet meedoet?"
Ze knikt alleen maar. Haar ogen staan ernstig.

zondag, augustus 31, 2008

Ramadan

Morgen of overmorgen (dat ligt aan de precieze stand van de maan: het sikkeltje van de nieuwe maan moet te zien zijn vlak nadat de zon is ondergegaan) begint ramadan: één van de vijf pijlers van de islam. Van zonsopgang tot zonsondergang moet men zich onthouden van alle geneugten zoals eten, drinken, roken en seks. Meer informatie is o.a. hier te vinden.
Op school wordt er al over gesproken: logisch als meer dan 75% van je leerlingen moslim is. Ik ben erg benieuwd hoe de sfeer zal zijn in de lokalen, maar ook in de gangen, de aula en op het plein. Het lesgeven moet eigenlijk wel bemoeilijkt worden als het overgrote deel van de kinderen honger en dorst heeft als gevolg van het vasten.
Een paar dagen geleden bespeurde ik in een eerste klas tussen een aantal jongens wat irritatie. Centrum van de negatieve aandacht leek Philippe te zijn: een grote, ietwat dikke, Arabisch uitziende jongen (met een Arabische achternaam) die in een opstel had geschreven dat hij Syrische ouders heeft. Ik had al eerder gemerkt dat hij niet zo goed lag in de rest van de groep en weet dat aan zijn afkomst en/of aan zijn wat onhandige sociale gedrag. Zijn uitstraling is namelijk nogal dreigend en hij heeft veel narrig commentaar op wat zijn klasgenoten naar voren brengen. Het lijkt erop dat hij best moeite heeft met de stof en het organiseren van zijn werk, maar hij vindt het helemaal niet makkelijk om dat toe te geven of er hulp bij te vragen.
Ik riep hem even bij me.
"Wat is er aan de hand, Philippe? Waarom zijn jullie zo aan het bekvechten?"
"Ze zeuren de hele tijd, juffrouw. Ze zeggen dat ik ook mee moet doen aan ramadan. Maar dat is helemaal niet waar. Ik ben een christen, geen moslim!"
"Je hebt gelijk, Philippe. Als je christen bent, hoef je niet mee te doen aan ramadan," zei ik heel hard, zodat iedereen het duidelijk kon horen. Jammer genoeg moest ik bij mezelf vaststellen dat ik op dat moment te weinig inspiratie had om er een klassengesprek over te houden.
Tja.
De verhalen zijn bekend. De zware druk die soms onderling op scholen wordt uitgeoefend om mee te doen aan ramadan en je streng aan de voorschriften te houden kan heel intimiderend zijn. Ik heb zelfs gehoord van "ramadanpolitie": jongeren die schoolpleinen afgaan en stiekeme eters en drinkers te grazen nemen...
Inmiddels heb ik me wat beter geïnformeerd en durf het nu wel aan. Morgen wil ik erop terugkomen en gaan we het hebben over hoe zwaar ramadan is. En dat ramadan een manier is om te laten zien dat je een goed moslim wil zijn. Door te volharden (een zeer belangrijk begrip voor een moslim), ook al is het nog zo moeilijk, toon je je dienstbaarheid aan God en als je God dient, dien je ook je medemens. Dat is wat God van je wil. Als je honger en dorst hebt, ben je snel geïrriteerd en ontstaan er eerder ruzies. Het is moeilijker om je te concentreren en beleefd te blijven. Maar als je je tijdens het vasten tòch goed blijft gedragen, toon je aan dat je waardig bent om God te dienen. Islam predikt respect voor de medemens, ongeacht diens geloof. Dus het gaat niet aan om mensen die niet meedoen aan ramadan te veroordelen. Als je dat doet ben je eigenlijk zelf niet goed bezig.
Over zulke dingen zal het moeten gaan.
Hoe zal zo'n gesprek verlopen? Wat zullen de leerlingen terug zeggen? Hoe zullen de niet-moslims zich in het gesprek mengen? En er is ook nog een verschil tussen Turkse en Marokkaanse moslims; in ieder geval in hoe ze de begindatum van de ramadan bepalen. Culturele en religieuze verschillen... ik vind het spannend!

zaterdag, augustus 30, 2008

Dochter op Kreta

Vanochtend kreeg ik een telefoontje van Dochter vanuit Kreta. Haar stem klonk hees. Gisteravond is ze met zo'n 120 collega's van de NEM in Rotterdam naar Iraklion gevlogen (de schat belde me nog om te melden dat ze veilig was geland), vandaaruit zijn ze per bus naar Chersonissos vervoerd en toen begon het feesten. Ergens halverwege de nacht was ze maar gaan slapen, maar ze had gedanst en gedronken en gegild en gelachen totdat ze niet meer kon.
"Mam, ik ga hier nooit meer naar toe, maar het is te gek om dit ook eens mee te maken... wat een verschrikking! Hollanders op Kreta."
Dochter kan dat tegenwoordig heel goed: de rafelige kanten van het bestaan opzoeken, alles observeren en het beschouwen als een ervaring, zoals er zovele zijn in het leven. En dan gaat ze weer verder. Op zoek naar het volgende. Er zijn tijden geweest dat ze wel eens te lang bleef hangen in het donker, maar dat is gelukkig voorbij.
Ze vertelde dat ze al gezwommen had en daarbij veel aan mij had gedacht. En dat de bergen, de kleur van de zee en de lucht, de witte huisjes, de bloemen, zelfs de geluiden en de geuren haar zo deden denken aan 1999 toen we op vakantie waren in Griekenland. Ik kon me dat toen eigenlijk helemaal niet permitteren, maar heb een lening afgesloten om het toch te doen: drie weken lang met Dochter en Zoon naar mijn tweede vaderland. Het heeft me destijds 8.000 gulden gekost. Nooit heb ik spijt gehad. Sterker nog: ik zou spijt hebben gehad als ik het NIET had gedaan. Het was een volmaakte vakantie waar we het nog vaak over hebben.
En nu is ze dus weer terug onder de Griekse zon.
Zojuist stuurde ze me onderstaande foto.
Vanavond wil ze alleen maar water drinken en op tijd naar bed.
Het zal mij benieuwen!

vrijdag, augustus 22, 2008

Huiswerk niet gemaakt

Ze zit in de tweede klas en wil me graag even onder vier ogen spreken. Nee, het kan niet even fluisterend bij mijn tafel. We moeten echt even op de gang. Dus ik zet de klas aan het werk en samen gaan we naar buiten.
Ze kijkt me een beetje gespannen maar glimlachend aan en steekt van wal.
"Gisteren wilde ik net aan die opdracht van u beginnen, toen mijn vader thuiskwam. Hij was klaar met werken. Hij is rijinstructeur. Toen hoorden we een geluid buiten, dat wel op vuurwerk leek. Maar toen we gingen kijken, stond de auto van mijn vader in de fik. De brandweer kwam erbij en de politie en allemaal mensen op straat... Daarna moesten mijn vader en moeder naar het politiebureau om aangifte te doen. En ik moest op mijn kleine broertje passen, dus ik kon niet aan mijn huiswerk. Hij huilt zoveel mijn kleine broertje, dat had ik u toch gisteren verteld? Ze waren pas om een uur of negen weer thuis en toen was het te laat om mijn huiswerk nog te doen, dus ik heb het niet af."
"Wat een verhaal, zeg." Ik geloof haar onmiddellijk, maar kan het niet zo goed bevatten allemaal.
"Weten jullie al wie het heeft gedaan?" vraag ik.
"Nee, we weten het niet. En het is zo raar juf, als je nu naar buiten kijkt. Je ziet geen auto meer, maar alleen nog maar zo zwarte verbrande dingen, allemaal rommel, waar dan ineens stoelen tussen staan. En het bordje bovenop de auto, met de L erop en het telefoonnummer van mijn vader is ook helemaal gesmolten en scheef. Je kunt alleen de L nog maar zien. Mijn vader had dat bordje net gekocht. En hij had vandaag alweer les, maar dat doet hij nu met de auto van mijn moeder. Mijn moeder wil trouwens best een brief schrijven hoor, als u mij niet gelooft. Dan neem ik die maandag wel mee."
"Dat is niet nodig. Ik geloof je wel. Tjongejonge, wat een verhaal, hè?"
"Ja..." ze zucht even. "En ik kreeg ook nog ruzie met mijn moeder, omdat ik de hele tijd moest lachen en toen werd ze boos op mij en zei dat ik niet moest lachen."
"Je moest natuurlijk lachen van de zenuwen, hè?"
Ze knikt.
Dan zeg ik dat ik het heel goed begrijp dat ze haar huiswerk niet heeft kunnen maken. We spreken af dat ze er dit weekend aan gaat werken en het maandag bij me inlevert.

Als we weer in de klas zitten, herinner ik me al die brieven van moeders die ik op mijn vorige school kreeg. In mooie Nederlandse volzinnen werd er dan omstandig uitgelegd waarom Jorinde, Pepijn, Krischa of Romaine hun huiswerk niet af hadden. Dan was de hamster, het konijn of de goudvis plotseling overleden, waardoor het hele gezin in diepe rouw was gedompeld. En na de rituele begrafenis van het dierbare huisdier waren er zoveel emoties losgekomen in het hele gezin, dat school even op de achtergrond was geraakt.
Een andere wereld.

donderdag, augustus 21, 2008

Geen dag hetzelfde

Elke ochtend als ik naar mijn nieuwe school fiets, weet ik niet wat me te wachten staat. Geen dag is hetzelfde. Verwachtingen komen (bijna) nooit uit.
Het rottigste dat ik tot nu toe heb meegemaakt, was gisteren in een derde klas.
Als ik met mijn rug naar de leerlingen toe sta om iets op het bord te schrijven, wordt er een klein propje papier nèt naast mijn hand gemikt. Ik kan niet met zekerheid zeggen wie het heeft gedaan.
Vlak daarvoor heb ik wèl een dader kunnen aanwijzen, namelijk degene die een stukje gum op mijn tafel had gegooid. Het paste precies op de geschonden gum die op tafel lag bij de leerling die heel erg nadrukkelijk naar buiten keek toen ik vroeg "Wie heeft dat gedaan?". Ik scande zijn tafelblad, zag iets liggen dat een match zou kunnen zijn, liep er snel naar toe en ja hoor: bingo!
"Juf is vet slim! CSI!" werd er opgetogen, maar ook een beetje opruiend geroepen.
"Het ging per ongeluk." zwetste de jongen uit zijn nek.
"Als het nog een keer gebeurt, zet ik je eruit." zei ik tegen hem, duidelijk en voor iedereen te verstaan, in de hoop dat ik het kinderachtige gedrag in de kiem had gesmoord.
En nu is er weer iets naar me gegooid en heb ik geen flauw idee wie het heeft gedaan.
Ik draai me om, glimlach vriendelijk, ga zitten en kijk de klas eens rond. Verwachtingsvolle ogen zijn op mij gericht.
Sensatiezoekers.
"Is er iemand die me wil vertellen wie dat propje gooide?" vraag ik met rustige stem.
"Ik heb het niet gedaan!"
"Waarom kijkt u mij nou aan?"
"Wat is er gebeurd?"
Allemaal door elkaar heen. Allemaal jongens. Harde stemmen, bijna schreeuwend, maar zeker roepend. De meiden stil of stiekem giechelend. Al met al een flink pandemonium.
Ondertussen begin ik een zogenaamd uitstuurbriefje in te vullen voor de leerling die ik in eerste instantie heb betrapt. Ik leg het bij hem op tafel met de duidelijke boodschap "Met dit briefje stuur ik je uit de les en jij weet nu heel goed wat je moet doen."
Hij sputtert een beetje tegen, maar begint wel zijn spullen te pakken. De jongens trekken weer van leer en beginnen een hoop gedoe over waarom ik hem eruit stuur, want weet ik wel zeker dat hij het heeft gedaan en dat is niet eerlijk, etc.
"Daar gaan we het nu niet over hebben, want we gaan weer aan het werk," is mijn reactie.
Pfoeh, dit is echt aanpoten...
Het moeilijkste is het om volstrekt rustig te blijven: niet alleen uiterlijk, maar vooral innerlijk. Ik ben nieuw op school en de leerlingen willen testen of ik omga of overeind blijf, want ze willen weten of ze iets aan me hebben. In hun leven is er al meer dan genoeg waar ze niet op kunnen bouwen.
Als ze bezig zijn, loop ik langs de tafels en probeer zoveel mogelijk positieve dingen te benoemen. Ook bij de jongens met de grootste bek. Die hebben vaak een klein hartje, toch?

In één van de eerste klassen zit een engeltje. Ik weet het zeker. Grote bruine ogen waar de kinderlijke onschuld vanaf spat. Nog een beetje rond in de ledematen, maar het gaat niet lang meer duren voordat hij echt gaat groeien. Hij geeft me aan het einde van het uur steeds met plezier een hand, kijkt me recht aan en zegt: "Dank u wel voor de fijne les, juf."
Als hij mijn hand loslaat, legt hij de zijne even op zijn hart.
Hoe zal hij zijn in de derde klas?

zondag, augustus 17, 2008

What's in a name?

Morgen de eerste lesdag en dus ben ik vandaag druk bezig om de namen van mijn a.s. leerlingen in mijn grote rode schrift (Cahier de Bord van Clairefontaine) te schrijven. Dan kan ik straks precies bijhouden of ze er zijn, hun spullen in orde hebben en hun huiswerk gedaan. Dat is handig voor het overzicht: helemaal als er een rapportcijfer samengesteld moet worden, want alle tussentijdse resultaten komen natuurlijk ook in die administratie terecht. Wat dat betreft is het net het Grote Rode Boek van Sinterklaas...
Het zijn namen die ik me nog eigen moet maken, zodat ze me op de juiste manier uitgesproken en als vanzelfsprekend van de lippen rollen. Van de meeste weet ik niet eens of ze van jongens of meisjes zijn: Oumaima, Hicham, Serdal, Najoua, Ihsane, Smahane, Chivangenie, Yavuz, Afzal, Feyzullah, Doganay, Noureddine, Sümeyye, Furgan.
Even googelen en daar vind ik iets dat uitkomst kan bieden: een site die zichzelf behind the name noemt en waar je heel veel informatie kunt vinden over Arabische (maar ook andere) namen.
Nog één nachtje slapen en dan gaat het echte werk beginnen. Ik ga ze Nederlands geven en binnenkort krijgen ze van mij de opdracht om een opstel te schrijven over hun eigen naam. Daarvoor moeten ze dan hun ouders interviewen om erachter te komen waarom die naam voor ze is gekozen en wat hij betekent. En ze kunnen nadenken over of ze vinden dat die naam bij ze past of dat ze liever anders zouden heten.
Het is een opdracht die ik wel vaker heb gegeven en die mooie resultaten kan opleveren, ook in de zin van meer informatie over een kind en het gezin waarin het opgroeit. Waardoor je een leerling beter kunt begrijpen en vervolgens handiger benaderen.
Over namen gesproken: op mijn nieuwe school is het de gewoonte om als leerkracht met je achternaam (en niet met je voornaam) te worden aangesproken. Da's nog wel even wennen voor me, maar op zich vind ik het een heel goed plan. Al dat amicale gedoe tussen leerling en leraar: een zekere distantie is helemaal niet verkeerd. Ik zal nooit vergeten dat ik op mijn vorige school, tijdens het uitdelen van nagekeken werk, van een ongeveer 14-jarige leerlinge een tik op mijn billen kreeg met daarbij de opmerking "Lekker kontje, juf!". Uiteraard stuurde ik haar de klas uit en liet haar duidelijk merken dat ik van zulks niet gediend was.
In een gesprekje daarna, vroeg ik haar hoe ze het in haar hoofd haalde om zoiets te doen, omdat dergelijk gedrag onder vriendinnen misschien nog acceptabel was, maar beslist niet binnen onze juf-leerling verhouding. Ze was behoorlijk overstuur, omdat ze mijn grens eigenlijk helemaal niet begreep. Met betraande ogen keek ze me aan en zei: "Maar je bènt toch mijn vriendin?".
Arm kind, wat een verwarring...

zaterdag, augustus 16, 2008

Lord of the Rings

Vanavond kijkt Zoon naar Lord of the Rings. Ik vind het eigenlijk veel te eng allemaal en zit graag achter mijn pc. Dan kan ik af en toe opstaan en in de keuken wat caterende activiteiten ontplooien, vooral als de muziek dreigend aanzwelt, omdat de Orks (?) wéér achter kleine Frodo aan gaan om hem die ring af te pakken. Zo heb ik al zelfgemaakte chocolademelk met koekjes geserveerd en zwarte thee met honing en een wolkje melk.
Allemaal leuk en aardig, maar ik vind het ineens echt drie keer niks dat Dochter helemaal in Rotjeknor gelukkig samenwoont met Vriend. Zij hoort hier naast Zoon op de bank en dat ik dan met twee mokken heen en weer loop te sjouwen...
Misschien komt het wel doordat die twee prachtige kinderen van mij elkaar altijd, dwars door alles heen (ook de moeilijke jaren) zijn blijven liefhebben. Als ze samen naar Lord of the Rings kijken (Pirates of the Caribbean of Harry Potter kan ook), zijn ze van mij afgesloten. Ik kan ze in die wereld niet volgen, omdat hij onderdeel uitmaakt van het tweepersoons universum dat zij hebben. Ik kan daar niet bij, maar ik kan ze wel zien en ervan genieten dat ze het daar samen zo goed hebben.
Maar nu zit Zoon daar alleen en kan ik niet naar ze kijken en ze samen horen babbelen en lachen om voor mij onbegrijpelijke zaken.
Natuurlijk, Dochter is volwassen, heeft recht op haar eigen leven en het is fantastisch dat ze het zo fijn heeft met die jongen en hun huis en Poes en haar werk en haar vrienden enzo, blablabla, maar ik kan haar soms heel onverwacht heel erg ontzettend missen.
Zoals nu.

donderdag, augustus 14, 2008

Een nieuw seizoen

Vanmiddag ben ik met pijn in mijn buik naar mijn nieuwe school gefietst: in lange, lange tijd ben ik niet meer zo zenuwachtig geweest! Om 13 uur zou de inloop starten en een half uurtje later de algemene vergadering, met daarna een splitsing in onderbouw en bovenbouw. In mijn hoofd tuimelden ontzettend veel vragen over elkaar heen. Wie zou ik aantreffen als mijn nieuwe collega's? Zou er tenminste ééntje tussen zitten met wie ik een hartelijk contact zou kunnen opbouwen? Zouden ze van de gulle lach zijn of toch meer het afgeknepen type?
Waar het allemaal op neer kwam, was natuurlijk de vraag of ik me er welkom zou voelen.
Nou, echt helemaal nìks te klagen!
Ik ben "geadopteerd" door H., een oudere man die al vanaf '77 in hetzelfde gebouw werkt. Een ware 1e graads leraar Nederlands, die 30 jaar geleden is begonnen met lesgeven op havo/vwo niveau en een aantal fusies later heeft besloten om met vreugde de overgang naar het vmbo te maken. Hij houdt van de minder bedeelde kinderen in Amsterdam West die het moeilijk hebben, een speciale aanpak behoeven en met wie het werken zo dankbaar kan zijn. Verder was er C. die zich over mij ontfermde: ook alweer bijna 25 jaar in het vak, inclusief een vette burnout van anderhalf jaar.
Van haar is de volgende anekdote uit één van haar eerste lessen in het voortgezet onderwijs met "wat minder sociaal vaardige leerlingen", zoals dat dan heet. C. was als invaller in een klas beland met brutaal-ordinaire Hollandse meiden van een jaar of 15. Op haar tafel stond om de één of andere ondoorgrondelijke reden een plastic kuipje boter. Het viel haar eigenlijk pas op, toen ze de meiden hoorde smiespelen. Eerst hadden ze het over "glijmiddel", maar al heel snel werd dat "glijmiddel van de juf". C. wist dat ze het meteen de kop in moest drukken, omdat ze anders niet meer aan lesgeven zou toekomen. Dus stond ze op, pakte het kuipje stevig beet, verhief haar stem en zei op strenge toon: "In de eerste plaats is dit geen glijmiddel, maar boter..." en toen moest er een tweede plaats komen, maar die had ze nog niet paraat... "en in de tweede plaats heeft deze juf geen glijmiddel nodig!!!", hoorde ze zichzelf toen zeggen. Plotseling was het doodstil geweest in het lokaal: de meiden waren met stomheid geslagen en C. zelf eigenlijk ook. Maar ze had daarna nooit meer last van ongepaste opmerkingen gehad in die klas.
Met C. valt er in ieder geval te lachen dus.
En verder heb ik onder andere ontmoet:
* een ongelooflijk mooi-ronde, zwarte lerares met felle, maar vriendelijke ogen en knalrood gestifte lippen, een zwierige bloemenrok met daarboven een kobaltblauwe blouse die schitterend kleurde bij haar huid,
* een jonge zeer hulpvaardige Marokkaan met stralende ogen en een heldere stem, die alleen maar glimlachend door het leven lijkt te gaan, terwijl hij allerminst een luchtige indruk maakt,
* een tengere moslima met bijna zwarte, glanzende ogen omlijst door krullende niet-werelds-lange wimpers, gekleed in een enkellange feeërieke jurk met bijpassend hoofdoekje.
Samen met een vijftigtal anderen vormen ze een divers gezelschap en ik ben er zeer benieuwd naar om al deze nieuwe collega's te leren kennen. Alhoewel ik er ook al een paar in de peiling heb die je uitgeblust, apatisch en/of cynisch zou kunnen noemen. Daar blijf ik dan dus maar een beetje uit de buurt!
Maar meerdere collega's hebben me letterlijk welkom geheten (vond ik erg fijn om te horen) en zelfs gezegd dat ze blij zijn dat ik naar hun school ben gekomen. Ze denken dat ze me goed kunnen gebruiken, omdat ik onderwijservaring heb en vast veel nieuwe en originele inbreng. Ik heb geen idee ze zich allemaal voorstellen, maar ik weet wel dat ik ontzettend veel zin heb om dat te gaan ontdekken!

woensdag, juli 30, 2008

Da tasjch

Hij kostte ooit 60 Euro, maar in de uitverkoop ging daar zomaar een heleboel vanaf. In ieder geval genoeg om hem zonder al teveel nadenken aan te schaffen. Ik vind hem fantastisch mooi: brutaal, op het randje van ordi, grappig. Niet voor mezelf maar voor Dochter. Omdat zij de looks en de leeftijd heeft om dit kunstwerk met stijl te dragen!

PS Het is Zoon die hem hier voor de foto vasthoudt en onherkenbaar is gemaakt voor het grote publiek.

donderdag, juli 24, 2008

Heldendom

Nooit geweten dat er een Carnegie Heldenfonds bestaat, maar vandaag las ik erover in de Volkskrant, gezeten op een schaduwrijk bankje in het Vondelpark. Dit Fonds heeft besloten twee meisjes uit Dordrecht te belonen met een bronzen medaille en nog zowat, omdat ze met gevaar voor eigen leven het leven van een ander hebben gered. Heldinnen van 17 jaar, die op een woensdagmiddag in september vorig jaar een vrouw hulpeloos in haar rolstoel zagen zitten op een spoorwegovergang, waarvan de spoorbomen al dicht waren.
"Van beide kanten naderden treinen. Omstanders grepen aanvankelijk niet in, maar de twee tieners aarzelden niet en slaagden erin (samen met een te hulp schietende volwassen man) de vrouw van het spoor te trekken."
Wat een waanzinnige situatie, wat een moed en daadkracht. Daar kan menig mens nog een puntje aan zuigen. Wat een geweldige meiden. Daar word je toch stil van? Zijn een medaille, een loffelijk getuigschrift, een bos bloemen en wat VVV-bonnen wel genoeg om zoiets te markeren als een heldendaad?
Maar dan nog een alinea uit het artikel: "De aan de dood ontsnapte vrouw kon de reddingsactie minder waarderen: zij was naar de plek gegaan om zelfmoord te plegen."
Isn't it ironic!

zaterdag, juli 19, 2008

Bloemetje, buur?

Bloemetje, buur? is een bedrijfje dat zichzelf als missie heeft gesteld om zoveel mogelijk balkons, dakterrassen en vensterbanken in Amsterdam te versieren met bloembakken. Voor 19 Euro wordt er een bak met bloeiende planten en ophanghaken bij je thuis bezorgd. Als de bak voor je buren bedoeld is (bijvoorbeeld omdat ze voor je planten en huisdieren hebben gezorgd tijdens de vakantie, of als je ze wil belonen voor het eindeloze geduld dat ze hebben opgebracht voor de overlast veroorzaakt door de ingrijpende verbouwing die je net achter de rug hebt...), krijg je 2,50 korting. Heel sympathiek! Er is keuze uit verschillende arrangementen met namen als Tiroler Rood en Roze, Flower Power, Als een Pauw zo Blauw, Mellow Yellow of Op een Roze Wolk. Er zijn ook bakken met kruidenplantjes: een Hollandse en Italiaanse variant.
Het bedrijf is opgezet door een Egyptisch-Nederlandse jongeman die na allerlei studies en omzwervingen tot de conclusie kwam dat hij niet geschikt is voor een kantoorbaan.
Zo geinig vind ik dit. Het heeft wel wat weg van de overbodige luxe (in mijn ogen dan) om bijvoorbeeld je boodschappen laten bezorgen, omdat je zelf geen tijd hebt/maakt. Want wat is er nou leuker dan zèlf je plantjes uit te zoeken en met je handen in de pootaarde te graaien om vervolgens te genieten van het mooie resultaat?! Maar het idee dat hele buurten en wijken in Amsterdam binnenkort misschien volhangen met kleurige bloembakken fleurt mijn wereldbeeld enorm op.

donderdag, juli 17, 2008

Alles wordt anders...

Over vier weken heb ik vanmiddag kennis gemaakt met mijn nieuwe collega's, weet ik welke lessen ik wanneer ga geven en hopelijk heb ik een eigen lokaal gekregen en ingericht... En dan is er morgen de ontmoeting met leerlingen die hun boeken en lesrooster op komen halen.
Een paar dagen later, op maandag 18 augustus om precies te zijn, begint mijn nieuwe leven als leerkracht op een zwarte school in Slotervaart. Ik heb inmiddels "Onzichtbare ouders" van Margalith Kleijwegt en "Juf met staarten op een zwarte school" van Eefje Pleij gelezen en ben nu bezig met één van de twee boeken van Kees Beekmans, die een jaar of tien les heeft gegeven op een zwarte praktijkschool, ook ergens in Amsterdam West.
Ik weet niet hoe ik me verder nog zou moeten voorbereiden.
Ik ben bezig om mijn huis op te ruimen en ik zuig me helemaal vol met films, bijvoorbeeld:
* Elsa en Fred, over twee bejaarde mensen in Madrid die verliefd op elkaar worden en samen naar Rome afreizen om de mooiste scène uit La Dolce Vita na te spelen in de Trevi fontein. Ik kreeg er bijna zin in om alvast zó oud te zijn.
* 21 grams, van dezelfde regisseur als Babel, met Naomi Watts, Sean Penn en Benicio del Toro over leven, dood en verlossing met een heftig, ietwat melo-dramatisch verhaal dat niet langs chronologische lijn wordt verteld. Heel indrukwekkend: nu wil ik Amores Perros ook nog zien.
* The Kite Runner, naar het boek dat ik vorig jaar met zoveel plezier heb gelezen: de film is zeker net zo goed. Mooiste scène vond ik het wassen van voeten voor het gebed in de moskee. Nooit eerder kon ik zo duidelijk navoelen wat zo'n ritueel eigenlijk betekent.
* Good Night, and Good Luck, over de tijd van senator McCarthy en zijn jacht op communisten en hoe een televisiejournalist daar weerstand tegen probeerde te bieden. Zo lang is het nog niet geleden dat de Verenigde Staten geregeerd werd door paranoia: mensen werden gestimuleerd om elkaar te verraden, net als in het Oostblok. De regie is van George Clooney, die ervoor koos om de film geheel in zwart-wit te draaien.
* Michael Clayton, met in de hoofdrol George Clooney... dus hij is veel in beeld. Need I say more?
* No Country for Old Men van de gebroeders Coen: spannend en bloederig met een ietwat sullige, schietgrage held. Hij viel me een beetje tegen vergeleken met bijvoorbeeld Fargo, the Big Lebowski, O Brother, Where Art Thou? of Intolerable Cruelty, maar ach...
* Alles is Liefde, eindelijk gezien: leuke film, zit goed in elkaar, met fijne grappen en prettige acteurs.
* Charlie Wilson's War, over hoe de VS in Afghanistan betrokken raakten en de Taliban (zie The Kite Runner) in het zadel hielpen om de Russen aldaar te verdrijven. Uiteindelijk kwam daardoor het communisme ten val en werd de wereld verlost van de Koude Oorlog. Verhelderend om het weer eens allemaal voorbij te zien komen.
* Auf der Anderen Seite, een interessante film van een Turkse regisseur. Het verhaal speelt voornamelijk in Hamburg en Istanbul en gaat over migratie, roots en identiteit. Hanna Schygulla was verrrassend: nu niet als vamp, maar als matrone van middelbare leeftijd.
* Love Liza, met in de hoofdrol Philip Seymour Hoffman als een nerd wiens vrouw zelfmoord pleegt. Daarover is hij zó ontroostbaar, dat hij totaal de kluts kwijtraakt en zichzelf verdooft met de dampen van benzine voor modelvliegtuigjes. Het levert een aantal hilarische situaties op, maar het totaal is toch voornamelijk schrijnend.
Vandaag heb ik achter elkaar alle afleveringen gezien van Angels in America van Mike Nichols. Het plan was om er hooguit twee te bekijken, maar ik werd volledig gegrepen door het verhaal, dat halverwege de jaren '80 speelt in homo-kringen in New York. Liefde, dood (aids!) en vergeving zijn de thema's waar alles om draait. En tegelijkertijd is het een lesje geschiedenis. Waanzinnige koortsdromen met een enorme engel die door het plafond afdaalt worden verbeeld op weergaloze wijze. Om maar eens wat te noemen...
Al die beelden, al die verhalen, al die schoonheid: het is ook een manier om me voor te bereiden. Denk ik nu.

dinsdag, juli 15, 2008

Land in oorlog

Sinds bijna 10 jaar nu koop ik groene pitloze olijven met heel veel knoflook en peterselie bij hetzelfde winkeltje bij mij in de buurt. Het is gelegen op de hoek van de Aalsmeerweg en de Rietwijkerstraat en het heeft achtereenvolgens toebehoord aan een Marokkaanse, een Pakistaanse en tegenwoordig weer een andere -ook gebrekkig Nederlands sprekende- eigenaar. Het recept wordt blijkbaar samen met de inventaris doorgegeven, want de olijven blijven onveranderd lekker: in de salade of zomaar los uit 't handje.
Sinds een jaar of twee staat er een Arabische, tanige, trotse man van een jaar of veertig achter de toonbank van de winkel. Zwart haar, diepbruine ogen, scherpe blik en dito gelaatstrekken. Gelukkig heeft hij een bijzonder vriendelijke glimlach, anders zou hij met dit uiterlijk en zijn diepe basstem een onverzettelijke, bijna dreigende indruk maken. Zijn vrouw is ronduit mooi met haar lange zacht-krullende haren. Alles lijkt wel zacht aan haar: haar wangen, haar ogen, haar mond, haar welvingen, haar stem. Les extrèmes se touchent...
Het heeft lang geduurd, voordat ik durfde te vragen waar ze vandaan komen. Ik weet namelijk dat veel buitenlanders een dergelijke vraag opvatten als een terechtwijzing of een verkapt verwijt dat ze niet in hun eigen land zijn gebleven. Hoe dan blijk te geven van mijn belangstelling?
Op een dag biedt de televisie in de winkel uitkomst. Die staat namelijk bijna altijd aan op een zender waarop voor mij onverstaanbaar wordt gesproken en uit de letters kan ik ook geen wijs. Dit keer lijkt het -aan de heftigheid van de emoties, de beperkte cameravoering en de eenvoudige aankleding van de set te zien- op een soap.
"Drie scheppen?" vraagt de eigenaar, terwijl hij een plastic zakje richting de bak met mijn favoriete olijven beweegt en de grote lepel alvast pakt. Ik bestel altijd hetzelfde.
"Ja, graag," antwoord ik en concentreer me weer op de gebeurtenissen op het televisiescherm, die hij ook met een half oog blijft volgen. Op een gegeven moment hoor ik hem aanstekelijk grinniken. Ik draai me naar hem om.
"Waar gaat het over?"
Hij kijkt me aan met glimmende ogen van de pret en wil het me uit gaan leggen, maar haalt dan hoofdschuddend zijn schouders op en zegt lacherig: "Eigenlijk allemaal domme dingen, veel te ingewikkeld."
We grinniken allebei een beetje, terwijl hij het zakje met olijven op de weegschaal legt. En dan durf ik het.
"Waar komt u eigenlijk vandaan?" vraag ik.
"Uit Irak." zegt hij en het lijkt alsof zijn ogen ineens doffer zijn geworden.
"Ooooh, uit Irak."
Er valt een zware stilte.
Shit, wat moet ik nou zeggen?
"Het is 3 Euro 45," redt hij mij.
Ik geef hem een vijfje en krijg wisselgeld terug.
Maar ik wil het hier niet bij laten. Dat zou te makkelijk zijn.
Dan: "En woont er nu nog steeds familie van u?"
"Mijn moeder woont daar."
"Kan zij niet ook hierheen komen?"
"Nee, zij wil dáár blijven. Zij is oud."
"Maar dan maakt u zich zeker wel vaak zorgen om haar?"
"Elke dag." Hij zucht diep.
"En kunt u haar bellen?"
"Soms. Soms kunnen wij bellen."
Nadat ik hem veel sterkte heb gewenst, verlaat ik de winkel.

Een volgende keer is er een voetbalwedstrijd op de televisie. De eigenaar begroet me weliswaar als ik binnenkom, maar kan vervolgens nauwelijks zijn aandacht verschuiven naar de verkoop van olijven. Bij navraag blijkt Irak een kwalificatiewedstrijd te spelen voor het WK van 2010. Ze spelen thuis tegen Qatar, vertelt de eigenaar.
"Thuis? In Bagdad?" vraag ik verbaasd.
"Neenee, niet in Irak. Dat kan niet, door oorlog. In Dubai. Irak speelt al 20 jaar alle thuiswedstrijden in Dubai. Is al 20 jaar, oorlog in Irak."

Een paar weken later kom ik de winkel binnen op het moment dat hij nèt bezig is om de olijven te vermengen met knoflook en peterselie. Het is zo klaar, zegt hij. Terwijl hij doorwerkt, bekijk ik de schappen eens nader. Rozenwater uit Libanon, kikkererwten uit Turkije, zeezout uit Griekenland, couscous uit Marokko, verschillende chutney's uit India, rijst uit Suriname: de hele wereld lijkt wel vertegenwoordigd. Er is ook Maggi aardappelpuree... Mijn oog valt op een potje dadelstroop uit Basra.
Als ik het op de toonbank zet, draait hij het etiket naar zich toe en vraagt me of ik weet waar Basra is.
"Ja, in Irak."
Een goedkeurende knik.
En dan vertelt hij me dat het daar gemiddeld 48 graden is, bijna te heet voor mensen. Maar ideaal voor dadels. En hoe er daar vroeger 150 verschillende soorten dadels groeiden, miljoenen bomen, die ieder jaar weer een ongelofelijk rijke oogst opleverden. Het is duidelijk merkbaar hoe fijn hij het vindt om eens iets anders over zijn land te melden dan de gebruikelijke ellende.
"Maar ja," besluit hij, "nu, door oorlog is bijna niets meer van al die dadelbomen. Allemaal plat door de bommen."
Even kijkt hij me ietwat moedeloos aan.
's Winters eten veel mensen in Irak dadelstroop, gaat hij vervolgens snel door, omdat er zoveel energie in zit. Je wordt er helemaal warm van als je een lepeltje eet met wat brood. En dan nog wat tahin (sesampasta) erbij... het is zo lekker: dat moet ik echt eens proberen.
De melancholie is bijna tastbaar.
Kloteoorlog.

vrijdag, juli 11, 2008

Betsy & kids

Voor het eerst in haar dertienjarige leven is Nicht uit de plattelandsomgeving van Nijmegen bij Tante in de grote stad komen logeren. Heel stoer. Ze wilde graag naar het Vondelpark om de groene halsbandparkieten te spotten en een beetje wandelen door de stad.
Het hele park doorgelopen, geen parkiet gezien. Gelukkig wel veel eendjes (bij haar in de buurt zijn er alleen maar gakkende ganzen), een reiger, de ooievaars en een paar zwervers. De twee gedichten die we in het kader van een poëzieproject hebben beluisterd vielen niet echt in goede aarde, maar ja, je kunt niet alles hebben.
In de Leidsestraat hebben we geneusd bij de Body Shop. Nicht is een fervent natuur- en dierenbeschermster en dus was zij blij te horen dat de welriekende producten niet op dieren worden getest. Als aandenken kreeg Nicht een royale pot body butter met kokosgeur cadeau. Verder een ijsje gehaald bij Ben en Jerry's en wat leesvoer ingeslagen bij Scheltema. Tegen die tijd brandden de blaren in mijn nieuwe schoenen en was ik dolblij dat Nicht graag een ritje wilde maken met de tram.
's Middags stond een bezoek aan de geitenboerderij op het programma. Nicht heeft geitjes de fles gegeven en natuurlijk ook nog geitenijs geproeft, maar de grootste verrassing bestond uit het feit dat hangbuikzwijn Betsy een paar dagen daarvoor was bevallen van negen kleine hangbuikbiggetjes. Wat een vrolijk geritsel in het stro, wat een grappige vlekken op die krijsende beestjes en wat een moederlijk geknor van die imposante Betsy!

donderdag, juli 10, 2008

Say what?!

Aangetroffen op de ruit van de avondwinkel in de Zeilstraat...

vrijdag, juli 04, 2008

Avontuur!

Gisteren heeft het zich allemaal voltrokken... en ik kan het nog steeds maar nauweljks geloven. Het ging ook allemaal zo snel. Om 9.15 uur had ik de afspraak voor een gesprek en twee uur later stond ik weer buiten met een fulltime baan als Engelse en Nederlandse leraar op die zwarte school, waarvan ik steeds maar het gevoel kreeg: "daar moet je heen, daar moet je wezen", alsof ik er naar toe gedúwd werd. Voor een veel beter salaris dan dat ik nu heb, in een school met een onderwijsvisie waarin de dialoog met de leerling centraal staat waardoor er aan het zelfbeeld gewerkt kan worden en deze school heeft zelfs een vijfjarenplan!
Helemaal beduusd ben ik ervan. Alsof ik droom.
Ik vind het heel spannend...

zondag, juni 29, 2008

Alles stroomt.

Meer dan een maand geleden is het, dat ik iets schreef op deze blog. Er gebeurde teveel en tegelijkertijd te weinig. Soms lijkt het van groter belang gedachtenloos op de bank te liggen zappen, dan eindeloos te herkauwen wat is voorgevallen. Soms moet het zich dan maar gewoon ontvouwen, zonder al teveel actief ingrijpen. Wat wil hier gebeuren? Wat dient zich aan? Afwachten.
Ik heb besloten om zo snel mogelijk weg te gaan van de school waar ik nu werk. Ik heb geen vertrouwen in de nieuwe directeur. Hij is me te glad, te onduidelijk, te laf. Hij heeft me geen kloten genoeg. Ik heb er geen vertrouwen in. Hij is wellicht ook nog te jong om het allemaal te kunnen zien.
Ik weet het niet.
Het maakt me ook niet meer uit.
Ik heb mijn best gedaan.
En nu heb ik mijn zinnen gezet op een zwarte vmbo-t school in Slotervaart. Op de site zijn foto's van leerlingen met hoofddoekjes en donkere ogen: 80% van hen is allochtoon. Mijn hart begint er sneller van te kloppen. Het is de school waar Margalith Kleijwegt haar boek "Onzichtbare ouders" over schreef en die vervolgens is omgedoopt tot Brede School van waaruit de wijk nieuwe impulsen wordt gegeven. Ik heb gesolliciteerd als teamleider, maar als dat het niet wordt, ga ik Engels geven. Ik weet dat ik naar die school wil.
Morgen hoor ik meer.