Dochter gaat dit niet waarderen, want zij vindt Anouk maar niks (geloof ik), maar ik vind dit clipje geweldig! Ik zag hem voor het eerst toen ik gisteren langs TMF zappte: kleuren, tempo, humor. Meteen verkocht was ik. Maar ook in de auto doet-ie het goed, merkte ik vanmiddag.
Om het goed te maken met het allerliefste meisje van de hele wereld doen we deze dan nog even: Kate Nash komt op een woensdagavond in april naar Paradiso, de kaartverkoop start a.s. zaterdag en ik denk dat ik dus wel een aardige bestemming heb gevonden voor de rest van mijn Kerstbonus...
(Het grootste gedeelte gaat naar de reparatie van de c.v.-ketel, die het onlangs begaf. Waarom heb ik dat nou àltijd?! Komt er wat extra geld voorbij, is er meteen een aanleiding om het uit te geven.
Zo word ik toch nooit rijk...)
zondag, december 16, 2007
dinsdag, december 11, 2007
Twee keer op een dag is me bijna teveel...
Ik zit achter mijn bureau te werken, geconcentreerd. De telefoon gaat. Iemand vraagt: "Volgende week, als al die kinderen naar ons toekomen voor het toneelstuk... Jij zou er toch voor gaan zorgen, dat ze dan chocolademelk krijgen met iets lekkers erbij?"
"Eh....ja," antwoord ik aarzelend.
Wat is er aan de hand?
Waarom vraagt ze dit?
Gaat het afgelast worden?
Zijn er niet genoeg aanmeldingen?
Moeten de plannen alweer gewijzigd?
"Dan is het wel belangrijk dat je weet hoeveel kinderen er komen. Zul je niet vergeten om daar naar te informeren?"
"Eh....nee," antwoord ik ongelovig.
"Zal ìk anders bellen?"
Ik word wakker uit mijn ongeloof.
"Nou, laat dat maar aan mij over, hoor. Dat lijkt me handiger."
"OK... Goed... Fijn!"
Na de hoorn erop gelegd te hebben, moet ik even een paar minuten zacht neuriënd naar buiten kijken, voordat ik weer verder kan met waar ik mee bezig was.
Aan het einde van de dag, om een uur of half vier, zit ik weer aan mijn bureau. De deur gaat open, ik kijk op: recht in haar gezicht. Ze buigt zich een beetje naar mij toe.
"Ik ga nu weg... En jij weet niet waarheen, hè?"
Ze is een beetje eng als ze zo glimlacht. Niet bijster aantrekkelijk ook.
"Nee, dat weet ik niet," antwoord ik op de automatische piloot.
"Ik ga naar de rechtbank!" Het klinkt een beetje triomfantelijk.
Hebben we een aanklacht lopen, die zij nu voor ons denkt te gaan winnen?
Waarom weet ik daar niets van?
Is ze net gescheiden?
Nee, da's toch al langer geleden?
"En jij weet niet waarom, hè?" zegt ze er achteraan.
"Nee, dat weet ik niet," zeg ik ongelukkig.
Waar gaat dit heen?
En hoe lang gaat het nog duren?
"Mijn zoon wordt vanmiddag beëedigd als advocaat. Leuk hè?"
"Ja.....leuk." zeg ik opgelucht. Godzijgeloofdengeprezen heeft het helemaal niets met mij te maken!
Als ze uit zicht verdwenen is, voel ik me immens alleen. Er is helemaal niemand om dit met mij te delen. Langzaam laat ik mijn voorhoofd op het toetsenbord zakken. Zo blijf ik even zitten, voordat ik weer verder kan met mijn werk.
Hoe lang nog?
"Eh....ja," antwoord ik aarzelend.
Wat is er aan de hand?
Waarom vraagt ze dit?
Gaat het afgelast worden?
Zijn er niet genoeg aanmeldingen?
Moeten de plannen alweer gewijzigd?
"Dan is het wel belangrijk dat je weet hoeveel kinderen er komen. Zul je niet vergeten om daar naar te informeren?"
"Eh....nee," antwoord ik ongelovig.
"Zal ìk anders bellen?"
Ik word wakker uit mijn ongeloof.
"Nou, laat dat maar aan mij over, hoor. Dat lijkt me handiger."
"OK... Goed... Fijn!"
Na de hoorn erop gelegd te hebben, moet ik even een paar minuten zacht neuriënd naar buiten kijken, voordat ik weer verder kan met waar ik mee bezig was.
Aan het einde van de dag, om een uur of half vier, zit ik weer aan mijn bureau. De deur gaat open, ik kijk op: recht in haar gezicht. Ze buigt zich een beetje naar mij toe.
"Ik ga nu weg... En jij weet niet waarheen, hè?"
Ze is een beetje eng als ze zo glimlacht. Niet bijster aantrekkelijk ook.
"Nee, dat weet ik niet," antwoord ik op de automatische piloot.
"Ik ga naar de rechtbank!" Het klinkt een beetje triomfantelijk.
Hebben we een aanklacht lopen, die zij nu voor ons denkt te gaan winnen?
Waarom weet ik daar niets van?
Is ze net gescheiden?
Nee, da's toch al langer geleden?
"En jij weet niet waarom, hè?" zegt ze er achteraan.
"Nee, dat weet ik niet," zeg ik ongelukkig.
Waar gaat dit heen?
En hoe lang gaat het nog duren?
"Mijn zoon wordt vanmiddag beëedigd als advocaat. Leuk hè?"
"Ja.....leuk." zeg ik opgelucht. Godzijgeloofdengeprezen heeft het helemaal niets met mij te maken!
Als ze uit zicht verdwenen is, voel ik me immens alleen. Er is helemaal niemand om dit met mij te delen. Langzaam laat ik mijn voorhoofd op het toetsenbord zakken. Zo blijf ik even zitten, voordat ik weer verder kan met mijn werk.
Hoe lang nog?
vrijdag, december 07, 2007
Zomaar een vrijdagavond
Dochter en ik hebben Zoon vanavond met de auto opgehaald van zijn wekelijkse jeugdorkestrepetitie. Dus stonden we om een uur of acht te wachten bij de Amstelveense muziekschool, luisterend naar de radio en wat kletsend over het leven. Dit keer spraken we o.a. over hoe mooi Zoon aan het opdrogen is en welk genoegen er te beleven valt alleen al door hem vanuit de verte gade te slaan: zijn bouw, zijn houding, zijn motoriek. Ik raakte helemaal carried away, terwijl Dochter ondertussen in het handschoenenvakje naar wat lekkers zocht en ook vond: dropjes!
"Zijn die van jou of van J.?" was haar enthousiaste vraag.
J. is de achterbuurvrouw èn een collega met wie ik samen Leo (een blauwe Fiat Punto) berijd.
"Die zijn van J."
"O." Teleurgesteld.
"Maar zie jij J. ergens?" hoorde ik mezelf ondeugend giechelend zeggen en stak mijn hand uit. Niet ècht pedagogisch, maar wel erg leuk. Bovendien, ondanks dat Dochter nog wel een jaartje uitstel zou willen... ze wordt binnenkort "gewoon" achttien hoor!
Even later scheurden we met zijn drieën dropjes kauwend en luid met de radio meezingend (zie beneden) door Amstelveen richting het tankstation aan het Stadionplein. Daar heb ik Leo volgegooid en een nieuwe voorraad drop en zuurtjes ingeslagen.
In de shop liepen twee ambulancebroeders rond op zoek naar iets te kanen. Altijd (nou ja, bijna altijd) fijne mannen om naar te kijken. Ze zien er vaak stoer, breed en betrouwbaar uit. Cool in de ware zin van het woord en een uniform geeft toch iets extra's, mijmerde ik, terwijl ik mijn credit card door de gleuf trok en hem met meer dan 70 Euro belastte.
"Piedelíep, piedelíep," klonk het ineens door de shop vanuit de walkietalkies van mijn aantrekkelijke helden.
"Lijk bij de Rai! Lijk bij de Rai!" ging een plat-Amsterdamse vrouwenstem verder.
"Shit," zei de ene broeder en maakte een spurt richting de kassa.
Vlot deed ik een stap opzij, zodat hij snel geholpen kon worden.
Maar ja, was er nog wel haast geboden?
De ander broeder rende in ieder geval toch naar de ambulance om hem vast te starten.
Pfoeh!
Tegen de tijd dat ik weer bij mijn kinderen in de auto stapte, scheurden de helden met zwaailicht en sirene van het terrein af. Dochter en Zoon zagen er extra stralend en blakend van gezondheid uit, leek het wel.
Open your eyes van Snow Patrol is een geweldig nummer met een mooi clipje dat volgens mij in Parijs is gedraaid. In Amstelveen doet-ie het ook prima!
"Zijn die van jou of van J.?" was haar enthousiaste vraag.
J. is de achterbuurvrouw èn een collega met wie ik samen Leo (een blauwe Fiat Punto) berijd.
"Die zijn van J."
"O." Teleurgesteld.
"Maar zie jij J. ergens?" hoorde ik mezelf ondeugend giechelend zeggen en stak mijn hand uit. Niet ècht pedagogisch, maar wel erg leuk. Bovendien, ondanks dat Dochter nog wel een jaartje uitstel zou willen... ze wordt binnenkort "gewoon" achttien hoor!
Even later scheurden we met zijn drieën dropjes kauwend en luid met de radio meezingend (zie beneden) door Amstelveen richting het tankstation aan het Stadionplein. Daar heb ik Leo volgegooid en een nieuwe voorraad drop en zuurtjes ingeslagen.
In de shop liepen twee ambulancebroeders rond op zoek naar iets te kanen. Altijd (nou ja, bijna altijd) fijne mannen om naar te kijken. Ze zien er vaak stoer, breed en betrouwbaar uit. Cool in de ware zin van het woord en een uniform geeft toch iets extra's, mijmerde ik, terwijl ik mijn credit card door de gleuf trok en hem met meer dan 70 Euro belastte.
"Piedelíep, piedelíep," klonk het ineens door de shop vanuit de walkietalkies van mijn aantrekkelijke helden.
"Lijk bij de Rai! Lijk bij de Rai!" ging een plat-Amsterdamse vrouwenstem verder.
"Shit," zei de ene broeder en maakte een spurt richting de kassa.
Vlot deed ik een stap opzij, zodat hij snel geholpen kon worden.
Maar ja, was er nog wel haast geboden?
De ander broeder rende in ieder geval toch naar de ambulance om hem vast te starten.
Pfoeh!
Tegen de tijd dat ik weer bij mijn kinderen in de auto stapte, scheurden de helden met zwaailicht en sirene van het terrein af. Dochter en Zoon zagen er extra stralend en blakend van gezondheid uit, leek het wel.
Open your eyes van Snow Patrol is een geweldig nummer met een mooi clipje dat volgens mij in Parijs is gedraaid. In Amstelveen doet-ie het ook prima!
maandag, november 26, 2007
Kanker
Leerlingen mogen bij ons op school hun mobiele telefoon, gameboys en audio-apparatuur niet zichtbaar dragen: in de gang noch in de les. Als ze betrapt worden op overtreding van deze regel, moeten ze hun "speelgoed" inleveren en zijn ze het drie weken kwijt.
Vanmiddag liep ik van het ene lokaal naar het andere toen ik mijn naam hoorde roepen. Toen ik me omdraaide, stonden er twee leerlingen voor mijn neus: een jongen uit de tweede, wiens moeder afgelopen woensdag is gediagnostiseerd met longkanker, en een meisje uit dezelfde klas. Ze hijgden allebei een beetje van het rennen.
"Mathilde," zei de jongen met opgewekte stem en een ietwat olijke blik in zijn ogen, "mijn telefoon is vorige week afgepakt. Maar nu heeft mijn moeder kanker. Mag ik hem dan nu al terug?"
Ik was zo verbouwereerd, dat ik bijna in de lach schoot. Gelukkig kon ik me goed houden. Ik zei dat hij dat maar even met zijn mentor moest overleggen. En terwijl we naar de docentenkamer liepen om haar te zoeken, heb ik even mijn arm om zijn schouders geslagen en gezegd dat ik het had gehoord van zijn moeder en dat ik zo geschrokken was van het slechte nieuws.
"Ja, mijn vader en moeder en zusje waren ook al zo geschrokken. Mijn moeder ging huilen toen ze het ons vertelde en mijn vader en zusje ook."
Nog steeds die schelle stem.
"En jij dan? Moest jij ook niet huilen dan?" vroeg ik.
"Jawel, ik ook wel. Toen iedereen huilde, moest ik ook huilen."
Even klonk hij zachter.
Maar toen snel weer snerpend: "Wil jij even kijken of mijn mentor in de docentenkamer zit?"
Zo'n jochie toch.
Vanmiddag liep ik van het ene lokaal naar het andere toen ik mijn naam hoorde roepen. Toen ik me omdraaide, stonden er twee leerlingen voor mijn neus: een jongen uit de tweede, wiens moeder afgelopen woensdag is gediagnostiseerd met longkanker, en een meisje uit dezelfde klas. Ze hijgden allebei een beetje van het rennen.
"Mathilde," zei de jongen met opgewekte stem en een ietwat olijke blik in zijn ogen, "mijn telefoon is vorige week afgepakt. Maar nu heeft mijn moeder kanker. Mag ik hem dan nu al terug?"
Ik was zo verbouwereerd, dat ik bijna in de lach schoot. Gelukkig kon ik me goed houden. Ik zei dat hij dat maar even met zijn mentor moest overleggen. En terwijl we naar de docentenkamer liepen om haar te zoeken, heb ik even mijn arm om zijn schouders geslagen en gezegd dat ik het had gehoord van zijn moeder en dat ik zo geschrokken was van het slechte nieuws.
"Ja, mijn vader en moeder en zusje waren ook al zo geschrokken. Mijn moeder ging huilen toen ze het ons vertelde en mijn vader en zusje ook."
Nog steeds die schelle stem.
"En jij dan? Moest jij ook niet huilen dan?" vroeg ik.
"Jawel, ik ook wel. Toen iedereen huilde, moest ik ook huilen."
Even klonk hij zachter.
Maar toen snel weer snerpend: "Wil jij even kijken of mijn mentor in de docentenkamer zit?"
Zo'n jochie toch.
zaterdag, november 10, 2007
maggie and milly and molly and may
by E. E. Cummings
maggie and milly and molly and may
went down to the beach (to play one day)
and maggie discovered a shell that sang
so sweetly she couldn't remember her troubles,and
milly befriended a stranded star
whose rays five languid fingers were;
and molly was chased by a horrible thing
which raced sideways while blowing bubbles:and
may came home with a smooth round stone
as small as a world and as large as alone.
For whatever we lose (like a you or a me)
it's always ourselves we find in the sea
Dit gedicht heb ik gisteren voorgelezen, over laten schrijven en besproken in een klas met 13 à 14 jarige pubers. Het was wonderlijk om de gezichten van bepaalde leerlingen op te zien lichten bij de zin "as small as a world and as large as alone" en anderen te zien gniffelen bij "a horrible thing which raced sideways while blowing bubbles". We hebben gesproken over hoe iets vergeten verschilt van je iets niet meer kunnen herinneren.
Als huiswerk heb ik ze de volgende vraag meegegeven: If you had lost a you or a me, what would you find in the sea? Ik ben heel benieuwd!
maggie and milly and molly and may
went down to the beach (to play one day)
and maggie discovered a shell that sang
so sweetly she couldn't remember her troubles,and
milly befriended a stranded star
whose rays five languid fingers were;
and molly was chased by a horrible thing
which raced sideways while blowing bubbles:and
may came home with a smooth round stone
as small as a world and as large as alone.
For whatever we lose (like a you or a me)
it's always ourselves we find in the sea
Dit gedicht heb ik gisteren voorgelezen, over laten schrijven en besproken in een klas met 13 à 14 jarige pubers. Het was wonderlijk om de gezichten van bepaalde leerlingen op te zien lichten bij de zin "as small as a world and as large as alone" en anderen te zien gniffelen bij "a horrible thing which raced sideways while blowing bubbles". We hebben gesproken over hoe iets vergeten verschilt van je iets niet meer kunnen herinneren.
Als huiswerk heb ik ze de volgende vraag meegegeven: If you had lost a you or a me, what would you find in the sea? Ik ben heel benieuwd!
zaterdag, oktober 20, 2007
Einde herfstvakantie
Wat doet een vrouw die de balen heeft dat ze over twee nachtjes slapen weer elke ochtend vroeg op moet om te gaan werken? Die niet eens zozeer opziet tegen de lessen die ze gaat geven aan luidruchtige pubers, maar veel meer tegen de volwassenen die ze vanuit haar coördinerende functie aan moet spreken op hun verantwoordelijkheden. Tot vervelens toe.
En maar geduldig blijven.
En de moed er inhouden.
En er de humor van blijven inzien.
En niet gaan schelden, schreeuwen of schoppen.
En het allemaal weer loslaten 's avonds.
Pffffffff...
Zo'n vrouw gaat schoenen kopen!
Eerst op de site van Ecco kijken, een merk waarmee ze al vaker (voor het eerst in Wenen in de jaren '90) comfortabel en toch enigszins modieus geslaagd is voor niet al te veel geld. En ja hoor, bij de business afdeling vond ze de volgende zwartlederen pump, mèt hak voor als het de komende tijd eventueel toch serieus mocht worden op school.
Met m'n credit card en mijn fiets was ik binnen een kwartier in de winkel en tien minuten later stond ik weer buiten, met mijn nieuwe schoenen aan.
Omdat de hak 6 cm hoog is en ik al minstens een half jaar op platte zolen door het leven ga, verwacht ik dat mijn voeten behoorlijk pijn zullen gaan doen. Mijn rug misschien ook wel. Maar dat zal helemaal opwegen tegen het klakkende geluid dat weerkaatst wordt in de lange gangen van de school, als ik daar streng en strijdlustig doorheen stap, op weg naar weer een collega die ik op onnavolgbare wijze een trap onder z'n hol ga geven.
Figuurlijk gesproken. Naturellement!
En maar geduldig blijven.
En de moed er inhouden.
En er de humor van blijven inzien.
En niet gaan schelden, schreeuwen of schoppen.
En het allemaal weer loslaten 's avonds.
Pffffffff...
Zo'n vrouw gaat schoenen kopen!
Eerst op de site van Ecco kijken, een merk waarmee ze al vaker (voor het eerst in Wenen in de jaren '90) comfortabel en toch enigszins modieus geslaagd is voor niet al te veel geld. En ja hoor, bij de business afdeling vond ze de volgende zwartlederen pump, mèt hak voor als het de komende tijd eventueel toch serieus mocht worden op school.
Met m'n credit card en mijn fiets was ik binnen een kwartier in de winkel en tien minuten later stond ik weer buiten, met mijn nieuwe schoenen aan.Omdat de hak 6 cm hoog is en ik al minstens een half jaar op platte zolen door het leven ga, verwacht ik dat mijn voeten behoorlijk pijn zullen gaan doen. Mijn rug misschien ook wel. Maar dat zal helemaal opwegen tegen het klakkende geluid dat weerkaatst wordt in de lange gangen van de school, als ik daar streng en strijdlustig doorheen stap, op weg naar weer een collega die ik op onnavolgbare wijze een trap onder z'n hol ga geven.
Figuurlijk gesproken. Naturellement!
vrijdag, oktober 19, 2007
Gedachte in de supermarkt
Hoe zou dat nou komen?
Sta ik in de rij bij de kassa een beetje voor me uit te mijmeren op een herfstvakantieachtige manier en plop! daar is ze in mijn hoofd:
Veneranda Nzambazamariya uit Ruanda. Jaren geleden heb ik haar ontmoet. Het moet in 1995 geweest zijn toen ik in New York was om daar te lobbyen bij een Commissie over Vrouwenzaken van de Verenigde Naties. Vrouwen uit het Westen sloten bondjes met vrouwen uit Afrika, Azië en Latijns Amerika om samen van alles voor elkaar te krijgen op het gebied van mensenrechten van vrouwen: economische rechten, politieke rechten, reproductieve rechten en nog veel meer.
Het was altijd hard en lang werken tijdens zulke bijeenkomsten. Er moesten alternatieve teksten voor verdragspassages worden geformuleerd waar zo veel mogelijk organisaties en landen zich in konden vinden. Dat betekende eindeloos veel discussies en vervolgens het nauwkeurig zoeken naar de juiste woorden. Soms ging dat door tot diep in de nacht.
Veneranda maakte veel indruk op mij. Ze was ongeveer van mijn leeftijd, maar leek zo ontzettend veel wijzer. Ze was haar land Ruanda ternauwernood ontvlucht tijdens de genocide van april 1994, waarbij meer dan een miljoen mensen werden afgeslacht. Zij was één van de zeer weinigen van haar familie die het hadden overleefd. En toch was ze zo snel mogelijk weer teruggekeerd naar haar land om te werken aan de wederopbouw. Ze had zo'n lief en zacht gezicht en je kon zo heerlijk met haar lachen. Ik begreep niet hoe ze dat voor elkaar kreeg, na zoveel gruwelijke ellende meegemaakt te hebben. Maar het was geen kwestie van voor elkaar krijgen: zo was ze "gewoon".
Op een ochtend, na veel te weinig slaap na veel te lang doorwerken en dan-maar-ontspannen-met-alcohol, kwam ik aan in het gebouw van de Verenigde Naties. Daar was een actie gaande: vrouwen uit de hele wereld vormden een levende slinger door de gangen, droegen spandoeken bij zich en riepen "We want peace".
Ik voelde me verre van fit genoeg om deze softe demonstratie te kunnen appreciëren en was blij om Veneranda ergens op een bankje aan te treffen. Ik plofte naast haar neer en verzuchtte: "I don't want peace, I want coffee!"
Toen de woorden de wereld al in waren, realiseerde ik me pas tegen wìe ik ze eigenlijk had gezegd en sloeg m'n hand voor mijn mond. Geschrokken keek ik Veneranda aan.
Maar ze lachte giechelend en zei dat er minstens twee personen in mij leefden: de ene was een wijze oude vrouw, de ander een ondeugend meisje van een jaar of acht en ze was op beiden evenveel gesteld. Als ik het me goed herinner ben ik vervolgens voor ons beiden koffie gaan halen.
Voor meer feitelijke info over Veneranda kun je hier verder kijken. Ze is in 2000 jammerjammer genoeg verongelukt met een vliegtuig en heeft posthuum nog een belangrijke onderscheiding gekregen voor haar vredeswerk: de Millennium Peace Prize for Women.
Maar waarom kwam ze nou zo plotseling tevoorschijn uit mijn geheugen, terwijl ik in alle rust stond te wachten totdat ik mijn boodschappen kon betalen?
Misschien omdat ik stond na te denken over het gesprek dat M. en ik gisteravond hadden over de misvattingen als het gaat over interculturele communicatie. Het is daarbij helemaal niet zo belangrijk om precies te weten wat iemands religieuze achtergrond is. Waar het om draait is of je je open wilt en kunt stellen voor de ander. Afstemmen. En terwijl Veneranda en ik uit totaal verschillende werelden kwamen, was dat voor ons totaal geen probleem.
Het was hartverwarmend om weer even aan haar te denken!
Sta ik in de rij bij de kassa een beetje voor me uit te mijmeren op een herfstvakantieachtige manier en plop! daar is ze in mijn hoofd:
Veneranda Nzambazamariya uit Ruanda. Jaren geleden heb ik haar ontmoet. Het moet in 1995 geweest zijn toen ik in New York was om daar te lobbyen bij een Commissie over Vrouwenzaken van de Verenigde Naties. Vrouwen uit het Westen sloten bondjes met vrouwen uit Afrika, Azië en Latijns Amerika om samen van alles voor elkaar te krijgen op het gebied van mensenrechten van vrouwen: economische rechten, politieke rechten, reproductieve rechten en nog veel meer. Het was altijd hard en lang werken tijdens zulke bijeenkomsten. Er moesten alternatieve teksten voor verdragspassages worden geformuleerd waar zo veel mogelijk organisaties en landen zich in konden vinden. Dat betekende eindeloos veel discussies en vervolgens het nauwkeurig zoeken naar de juiste woorden. Soms ging dat door tot diep in de nacht.
Veneranda maakte veel indruk op mij. Ze was ongeveer van mijn leeftijd, maar leek zo ontzettend veel wijzer. Ze was haar land Ruanda ternauwernood ontvlucht tijdens de genocide van april 1994, waarbij meer dan een miljoen mensen werden afgeslacht. Zij was één van de zeer weinigen van haar familie die het hadden overleefd. En toch was ze zo snel mogelijk weer teruggekeerd naar haar land om te werken aan de wederopbouw. Ze had zo'n lief en zacht gezicht en je kon zo heerlijk met haar lachen. Ik begreep niet hoe ze dat voor elkaar kreeg, na zoveel gruwelijke ellende meegemaakt te hebben. Maar het was geen kwestie van voor elkaar krijgen: zo was ze "gewoon".
Op een ochtend, na veel te weinig slaap na veel te lang doorwerken en dan-maar-ontspannen-met-alcohol, kwam ik aan in het gebouw van de Verenigde Naties. Daar was een actie gaande: vrouwen uit de hele wereld vormden een levende slinger door de gangen, droegen spandoeken bij zich en riepen "We want peace".
Ik voelde me verre van fit genoeg om deze softe demonstratie te kunnen appreciëren en was blij om Veneranda ergens op een bankje aan te treffen. Ik plofte naast haar neer en verzuchtte: "I don't want peace, I want coffee!"
Toen de woorden de wereld al in waren, realiseerde ik me pas tegen wìe ik ze eigenlijk had gezegd en sloeg m'n hand voor mijn mond. Geschrokken keek ik Veneranda aan.
Maar ze lachte giechelend en zei dat er minstens twee personen in mij leefden: de ene was een wijze oude vrouw, de ander een ondeugend meisje van een jaar of acht en ze was op beiden evenveel gesteld. Als ik het me goed herinner ben ik vervolgens voor ons beiden koffie gaan halen.
Voor meer feitelijke info over Veneranda kun je hier verder kijken. Ze is in 2000 jammerjammer genoeg verongelukt met een vliegtuig en heeft posthuum nog een belangrijke onderscheiding gekregen voor haar vredeswerk: de Millennium Peace Prize for Women.
Maar waarom kwam ze nou zo plotseling tevoorschijn uit mijn geheugen, terwijl ik in alle rust stond te wachten totdat ik mijn boodschappen kon betalen?
Misschien omdat ik stond na te denken over het gesprek dat M. en ik gisteravond hadden over de misvattingen als het gaat over interculturele communicatie. Het is daarbij helemaal niet zo belangrijk om precies te weten wat iemands religieuze achtergrond is. Waar het om draait is of je je open wilt en kunt stellen voor de ander. Afstemmen. En terwijl Veneranda en ik uit totaal verschillende werelden kwamen, was dat voor ons totaal geen probleem.
Het was hartverwarmend om weer even aan haar te denken!
maandag, oktober 15, 2007
Mooi man!
Herfst in Vorden. Zonneschijn van 's morgens vroeg tot laat in de middag, waardoor ik gisteren om 18.00 uur achter Hotel Bakker op het terras bij een klaterend fonteintje in de zon zat te wachten op Zusje, die elk moment terug kon keren van haar dagtocht op een Tinkerpaard. Glaasje droge witte wijn erbij, wat lekkere hapjes, een paar ongelezen kranten: heerlijk!
Ik had de hele dag op een fiets gezeten en allerlei interessante, grappige en/of mooie dingen gezien onderweg: kasteeltjes, paddestoelen, poëtische wegnaambordjes en (historische) bomen in herfsttooi. Hieronder een greep uit de collectie.
Het allerfijnste dat ik meemaakte, heb ik niet vast kunnen leggen. Ik weet niet of ik het in woorden uit kan drukken. Het heeft te maken met een dusdanige stilte in een dichtbeloverd donker bos waar op enkele plekken -als door God zelf gezonden- lichtbundels door het gebladerte kliefden, dat ik kon horen hoe een blaadje loskwam van een tak om zachtkens naar beneden te zweven en daar met een relatief oorverdovende klap neer te komen. Zulke stilte...





In the middle of nowhere trof ik dit minimarktje aan, zonder personeel, een glazen pot met deksel als zelfbedieningskassa: alles in vertrouwen. Vanavond appelmoes maken en morgen walnootcake!
Ik had de hele dag op een fiets gezeten en allerlei interessante, grappige en/of mooie dingen gezien onderweg: kasteeltjes, paddestoelen, poëtische wegnaambordjes en (historische) bomen in herfsttooi. Hieronder een greep uit de collectie.
Het allerfijnste dat ik meemaakte, heb ik niet vast kunnen leggen. Ik weet niet of ik het in woorden uit kan drukken. Het heeft te maken met een dusdanige stilte in een dichtbeloverd donker bos waar op enkele plekken -als door God zelf gezonden- lichtbundels door het gebladerte kliefden, dat ik kon horen hoe een blaadje loskwam van een tak om zachtkens naar beneden te zweven en daar met een relatief oorverdovende klap neer te komen. Zulke stilte...




In the middle of nowhere trof ik dit minimarktje aan, zonder personeel, een glazen pot met deksel als zelfbedieningskassa: alles in vertrouwen. Vanavond appelmoes maken en morgen walnootcake!
dinsdag, oktober 02, 2007
Nergens meer last van
Infofilter helpt echt. Ik ben al daaaaaaaagen niet meer gebeld met wat voor onzinnige enquetes of aanbiedingen dan ook. Wat een rust!
donderdag, september 27, 2007
Zo kan het ook.
Ooit kreeg ik van mijn ouders een proefabonnement op de Vrij Nederland. Best leuk om op de hoogte te blijven van van alles en nog wat, maar het kost ook veel tijd en alras stapelden de ongelezen exemplaren zich op. Proef werd nooit voor het echie dus.
Maar ik sta wel in het VN-bestand en af en toe word ik opgebeld, omdat ze mij een heel voordelige aanbieding "mogen" doen. Zo ook maandagmiddag.
Toen ik zei dat ik geen interesse had en dat ik ook niet meer gebeld wenste te worden, omdat ik heel goed weet waar ze zitten en dat ik ze zelf wel kan bellen als ik iets van ze nodig heb... zei de vrouw aan de andere kant van de lijn: "Ik begrijp precies wat u bedoelt. Zal ik u een telefoonnummer geven waar u zich kunt laten registreren, zodat u nooit meer gebeld wordt?"
"Nou, heel graag!" was mijn verblufte reactie.
Het nummer was 0900-6661000 en ik heb het gedraaid, kwam in een ingewikkeld menu terecht en ben uiteindelijk naar infofilter.nl gesurfd, alwaar ik mijn profiel heb aangemaakt en de hele reutemeteut heb ingevuld. Geregeld?
Mooi niet!
Want wie belden gisteravond?
UPC!
Dochter nam op en zei dat ze niet de vrouw des huizes was en dat ze die ook niet aan de telefoon zou roepen, omdat de vrouw des huizes UPC hààt.
Gouden kind, die Dochter van mij.
Maar moet ik UPC nou sue-en of nog even afwachten tot infofilter voor de volle 100% in werking is getreden?
Maar ik sta wel in het VN-bestand en af en toe word ik opgebeld, omdat ze mij een heel voordelige aanbieding "mogen" doen. Zo ook maandagmiddag.
Toen ik zei dat ik geen interesse had en dat ik ook niet meer gebeld wenste te worden, omdat ik heel goed weet waar ze zitten en dat ik ze zelf wel kan bellen als ik iets van ze nodig heb... zei de vrouw aan de andere kant van de lijn: "Ik begrijp precies wat u bedoelt. Zal ik u een telefoonnummer geven waar u zich kunt laten registreren, zodat u nooit meer gebeld wordt?"
"Nou, heel graag!" was mijn verblufte reactie.
Het nummer was 0900-6661000 en ik heb het gedraaid, kwam in een ingewikkeld menu terecht en ben uiteindelijk naar infofilter.nl gesurfd, alwaar ik mijn profiel heb aangemaakt en de hele reutemeteut heb ingevuld. Geregeld?
Mooi niet!
Want wie belden gisteravond?
UPC!
Dochter nam op en zei dat ze niet de vrouw des huizes was en dat ze die ook niet aan de telefoon zou roepen, omdat de vrouw des huizes UPC hààt.
Gouden kind, die Dochter van mij.
Maar moet ik UPC nou sue-en of nog even afwachten tot infofilter voor de volle 100% in werking is getreden?
zaterdag, september 15, 2007
Update on Ice Pops
Vandaag ontving ik weer nieuws over mijn partneres in zaken in de Stille Oceaan. Heel verheugend!
Dear Mathilde Dollekens,
This is an update on Ice Pops written by Shane Xu:
Faapopole has been making ice pops for two years. She used her first loan to purchase the initial ingredients, sugar and cordial, and the plastic bags for making them in. With subsequent loans she has developed the family plantation; the other main income source, and built a separate bathroom for her family house. She has five children, the eldest of which is currently attending the high-school in town. The four younger children all attend the local school where Faapopole sells her ice pops. She started the business to supplement her husband's income from the plantation and fishing, and her business helps pay for family needs such as food, school fees, basic living costs, and church donations. She is unsure as to whether she wishes to continue getting further loans, and would like to one day have the plantation established in such a way as to be fully independent.
Ik wens haar toe dat ze al haar plannen waar kan maken en als ik er een bijdrage aan kan leveren... heel graag!
Dear Mathilde Dollekens,
This is an update on Ice Pops written by Shane Xu:
Faapopole has been making ice pops for two years. She used her first loan to purchase the initial ingredients, sugar and cordial, and the plastic bags for making them in. With subsequent loans she has developed the family plantation; the other main income source, and built a separate bathroom for her family house. She has five children, the eldest of which is currently attending the high-school in town. The four younger children all attend the local school where Faapopole sells her ice pops. She started the business to supplement her husband's income from the plantation and fishing, and her business helps pay for family needs such as food, school fees, basic living costs, and church donations. She is unsure as to whether she wishes to continue getting further loans, and would like to one day have the plantation established in such a way as to be fully independent.
Ik wens haar toe dat ze al haar plannen waar kan maken en als ik er een bijdrage aan kan leveren... heel graag!
donderdag, september 13, 2007
Snelle actie, fijn plan
Dinsdag schreef ik Zusje een mail met daarin de volgende vraag: "En zullen we eens iets plannen dat je hier naar toekomt en dat we dan door de stad gingen fietsen en tapas eten ofzo?"
Waarop zij antwoordde: "Kunnen we niet een keer een weekend naar een leuke plaats in een hotel met sauna en zwembad en lekker eten en fijne omgeving en vroeg naar bed en 's ochtends voor het ontbijt naar het zwembad in de kelder? In plaats van door een drukke stad banjeren..."
Ik: "Hotel (mits niet te duur...) is ook prima, als ik maar niet in de sauna hoef: ik ben net gestopt met roken, hallo! En als jij dan een fijne buitenrit gaat maken, doe ik een fotoreportage of ik kijk wat proefwerken na of lees een antroposofisch boek. Affijn: lijkt me heel erg fijn en gezellig. Ergens aan zee of juist meer in de bossen?"
Zusje: "Wat is in godsnaam het verband tussen roken en sauna!!! Hmmmm, misschien kunnen we wel naar Vorden; ik op een tinker en jij alternatief met een fijn boek of sluipend door de omgeving om mij in galop vast te kunnen leggen...."
Toen was het tijd om te slapen. Maar de volgende dag, gingen we lustig verder met onze correspondentie, ieder vanaf onze eigen werkplek.
Ik: "Benauwd, ademhaling, dat soort dingen. Vorden in de Achterhoek: lijkt me heerlijk. Ik heb herfstvakantie van 13 t/m 21 oktober: is dat een goede periode? Kunnen we misschien zelfs wat langer dan een weekend of een andersoortig arrangement."
Zusje: "kijk eens op www.bakkerinvorden.nl., daar hebben ze een weekendarrangement. En op www.hofvanede.com. Op 13 oktober is bij de laatste een 2 uurs rit. 14 oktober een dagrit, maar ja, dan ben ik dus de hele dag weg. Ik heb pas de week erna vakantie, dus voor mij is alleen vrijdag, zaterdag en zondag haalbaar."
Ik: "Als jij een hele dag op een knol wil zitten, omdat je daar een kick van krijgt en energie etc: DOEN!! Ik weet zeker dat ik die hele dag gemakkelijk doorkom. Vrijdag, zaterdag en zondag: lijkt, me heerlijk. Maar vrijdag heb ik kaarten voor Carré... en daar wil ik ècht wel heen (Vliegende Panters). Kun je die maandag de 15e je werk niet verzetten? Kan niet zo snel overzien wat de kosten zullen zijn: heb jij een idee? In haast, moet weer verder met het coördineren van deze friettent."
Zusje: "Weekendarrangement kost 170 p.p. Daar zit ontbijt, diner en fietsen bij in. En natuurlijk een kamer....Ik kan die maandag denk ik wel vrij nemen. Doen?"
Ik: "Als ik eventueel -als ik het niet meteen in 1 keer kan betalen, kan ik nu zo gauw niet overzien- in termijnen aan jou kan terug betalen: DOEN!!!! Dus dan wordt het 13-14-15 okt? JIPPPPEIEIIEIEIIIIEIEIIEEE!! Ik heb er hartstikke veel zin in!"
Zusje: "Jajajaja, ik heb gereserveerd en dat regelen we allemaal wel. Nu nog mijn ritje regelen... en dan ga ik naar huis!!"
Ik: "Wat een retegoeie actie is dit zeg! Over een maand zitten wij lekker aan de wijn (maand en een uurtje) ergens in de gastvrije Achterhoek! Ga jij dan ook die dagrit doen? Zou ik wel errug stoer vinden zeg!"
Zusje: "Yep, heb me ervoor aangemeld. Een weekdendarrangement betekende trouwens wel twee avonden wild eten, dus dat heb ik dan maar even niet gedaan."
Ik: "Waar gaan we nu precies heen? Hof van Eden of Vorden? En waar eten we dan? Kan ik vast voorpretten via het net..."
En even later, ik weer: "Oeps, ik snap 'em al. Hof van Eden is de paardenaangelegenheid waar jij zaterdag die dagtocht gaat doen. Dus jij moet er heel erg op tijd naar toe en ik arriveer gewoon in de loop van de dag en dan kom jij terug van die dagtocht en drink ik een kopje thee in de serre met een intellectueel boek op schoot òf ik heb een heel eind gefietst in de omgeving. Bakker is het hotel waar we overnachten en we doen niet persé wild in het restaurant, maar krijgen wel goed te eten daar 's avonds, omdat we anders echt te snel dronken zijn. Zou je daar mogen scrabbelen in het café? Ik heb er ongelofelijk veel zin!!"
Zusje: "Nou, je hebt 'm bijna door! Het plan is om op 14 oktober een dagrit te maken en dat is zondags. Dus wij komen des zaterdags op een zeer gepast vroeg tijdstip in Vorden aan en dan is er alle tijd om op de fiets te klimmen of anderszins. De dag des Heren klim ik op een bonte knol op een redelijk christelijk tijdstip en dan ben ik, ach wat toevallig, zo ergens als de 5 in de klok zit wel weer boven Jan en gedouched. Jij gaat me dan wel wat, maar niet te veel over je antroposofische boek vertellen en ik jou iets over de natuur in het algemeen. De maandag ligt vervolgens geheel open... Snappie?"
Ik: "Uhuh, primaplan, toch?!!"
Zusje: "Ja, echt goed plan! Ik heb het geheel al aangekondigd tijdens het avondeten. Niemand echt blij. Zoon en Dochter: "Laat je ons hier dan helemaal alleen achter met Vader?!". Ik:" Ik weet zeker dat jullie in uitstekende handen zijn!". Echtgenoot wil eigenlijk liever mee dan dat jij mee gaat (snappie), en dat gaan we ook nog wel een keer doen. Maar dit is veel handiger en makkelijker en sneller geregeld, want er komt geen oppas aan te pas. HA!
P.S. Dit gaan we gewoon wat vaker doen. Griekenland is niet haalbaar, maar dit moet toch zeker eens per jaar te organiseren zijn."
En met de wijze woorden van mijn wijze Zusje sluit ik deze vreugdevolle greep uit mijn correspondentie af. Gelukkig is de sauna geheel uit het gezichtsveld verdwenen. Ik heb zo'n gigahekel aan die veredelde zweethutten!
Waarop zij antwoordde: "Kunnen we niet een keer een weekend naar een leuke plaats in een hotel met sauna en zwembad en lekker eten en fijne omgeving en vroeg naar bed en 's ochtends voor het ontbijt naar het zwembad in de kelder? In plaats van door een drukke stad banjeren..."
Ik: "Hotel (mits niet te duur...) is ook prima, als ik maar niet in de sauna hoef: ik ben net gestopt met roken, hallo! En als jij dan een fijne buitenrit gaat maken, doe ik een fotoreportage of ik kijk wat proefwerken na of lees een antroposofisch boek. Affijn: lijkt me heel erg fijn en gezellig. Ergens aan zee of juist meer in de bossen?"
Zusje: "Wat is in godsnaam het verband tussen roken en sauna!!! Hmmmm, misschien kunnen we wel naar Vorden; ik op een tinker en jij alternatief met een fijn boek of sluipend door de omgeving om mij in galop vast te kunnen leggen...."
Toen was het tijd om te slapen. Maar de volgende dag, gingen we lustig verder met onze correspondentie, ieder vanaf onze eigen werkplek.
Ik: "Benauwd, ademhaling, dat soort dingen. Vorden in de Achterhoek: lijkt me heerlijk. Ik heb herfstvakantie van 13 t/m 21 oktober: is dat een goede periode? Kunnen we misschien zelfs wat langer dan een weekend of een andersoortig arrangement."
Zusje: "kijk eens op www.bakkerinvorden.nl., daar hebben ze een weekendarrangement. En op www.hofvanede.com. Op 13 oktober is bij de laatste een 2 uurs rit. 14 oktober een dagrit, maar ja, dan ben ik dus de hele dag weg. Ik heb pas de week erna vakantie, dus voor mij is alleen vrijdag, zaterdag en zondag haalbaar."
Ik: "Als jij een hele dag op een knol wil zitten, omdat je daar een kick van krijgt en energie etc: DOEN!! Ik weet zeker dat ik die hele dag gemakkelijk doorkom. Vrijdag, zaterdag en zondag: lijkt, me heerlijk. Maar vrijdag heb ik kaarten voor Carré... en daar wil ik ècht wel heen (Vliegende Panters). Kun je die maandag de 15e je werk niet verzetten? Kan niet zo snel overzien wat de kosten zullen zijn: heb jij een idee? In haast, moet weer verder met het coördineren van deze friettent."
Zusje: "Weekendarrangement kost 170 p.p. Daar zit ontbijt, diner en fietsen bij in. En natuurlijk een kamer....Ik kan die maandag denk ik wel vrij nemen. Doen?"
Ik: "Als ik eventueel -als ik het niet meteen in 1 keer kan betalen, kan ik nu zo gauw niet overzien- in termijnen aan jou kan terug betalen: DOEN!!!! Dus dan wordt het 13-14-15 okt? JIPPPPEIEIIEIEIIIIEIEIIEEE!! Ik heb er hartstikke veel zin in!"
Zusje: "Jajajaja, ik heb gereserveerd en dat regelen we allemaal wel. Nu nog mijn ritje regelen... en dan ga ik naar huis!!"
Ik: "Wat een retegoeie actie is dit zeg! Over een maand zitten wij lekker aan de wijn (maand en een uurtje) ergens in de gastvrije Achterhoek! Ga jij dan ook die dagrit doen? Zou ik wel errug stoer vinden zeg!"
Zusje: "Yep, heb me ervoor aangemeld. Een weekdendarrangement betekende trouwens wel twee avonden wild eten, dus dat heb ik dan maar even niet gedaan."
Ik: "Waar gaan we nu precies heen? Hof van Eden of Vorden? En waar eten we dan? Kan ik vast voorpretten via het net..."
En even later, ik weer: "Oeps, ik snap 'em al. Hof van Eden is de paardenaangelegenheid waar jij zaterdag die dagtocht gaat doen. Dus jij moet er heel erg op tijd naar toe en ik arriveer gewoon in de loop van de dag en dan kom jij terug van die dagtocht en drink ik een kopje thee in de serre met een intellectueel boek op schoot òf ik heb een heel eind gefietst in de omgeving. Bakker is het hotel waar we overnachten en we doen niet persé wild in het restaurant, maar krijgen wel goed te eten daar 's avonds, omdat we anders echt te snel dronken zijn. Zou je daar mogen scrabbelen in het café? Ik heb er ongelofelijk veel zin!!"
Zusje: "Nou, je hebt 'm bijna door! Het plan is om op 14 oktober een dagrit te maken en dat is zondags. Dus wij komen des zaterdags op een zeer gepast vroeg tijdstip in Vorden aan en dan is er alle tijd om op de fiets te klimmen of anderszins. De dag des Heren klim ik op een bonte knol op een redelijk christelijk tijdstip en dan ben ik, ach wat toevallig, zo ergens als de 5 in de klok zit wel weer boven Jan en gedouched. Jij gaat me dan wel wat, maar niet te veel over je antroposofische boek vertellen en ik jou iets over de natuur in het algemeen. De maandag ligt vervolgens geheel open... Snappie?"
Ik: "Uhuh, primaplan, toch?!!"
Zusje: "Ja, echt goed plan! Ik heb het geheel al aangekondigd tijdens het avondeten. Niemand echt blij. Zoon en Dochter: "Laat je ons hier dan helemaal alleen achter met Vader?!". Ik:" Ik weet zeker dat jullie in uitstekende handen zijn!". Echtgenoot wil eigenlijk liever mee dan dat jij mee gaat (snappie), en dat gaan we ook nog wel een keer doen. Maar dit is veel handiger en makkelijker en sneller geregeld, want er komt geen oppas aan te pas. HA!
P.S. Dit gaan we gewoon wat vaker doen. Griekenland is niet haalbaar, maar dit moet toch zeker eens per jaar te organiseren zijn."
En met de wijze woorden van mijn wijze Zusje sluit ik deze vreugdevolle greep uit mijn correspondentie af. Gelukkig is de sauna geheel uit het gezichtsveld verdwenen. Ik heb zo'n gigahekel aan die veredelde zweethutten!
zaterdag, september 08, 2007
Nu al...?
Bonzend hoofd, tuitende oren, zware ledematen. Dat is slechts lichamelijk.
Geestelijk voel ik me prima: bruisend, vol van plannen, lust om te dansen, etc.
(Bono hoorde ik gisteravond op televisie over de overleden Pavaroti zeggen: "He was so full of lust for life: he was a big baby with a beard.")
En toch... ik heb een beetje te hard gewerkt deze week. Veel onverwachte invaluren gedraaid, waarbij het altijd spannend is of je een klik kunt maken of dat de leerlingen je het lokaal uithonen. Of gewoon niet naar je luisteren en met hun eigen puberdingen doorgaan, terwijl jij ze probeert iets wijs te maken over de Engelse taal. Kunnen ze immers toch al lang! Gelukkig viel het allemaal reuze mee, maar ik voel nu hoe ik me heb ingespannen om het goed te laten verlopen.
Het is ook wennen in mijn nieuwe coördinerende en leidinggevende werkzaamheden. Waar begint mijn functie en houdt die van een ander op? Da's nog heel erg zoeken en dan moet er een hoop geouwehoerd worden om de gewenste duidelijkheid te verkrijgen of verwachtingen bij te stellen. Maar ik voel me als een vis in het water, zo heerlijk vind ik het om zaken te kunnen regelen en organiseren zodat de school er als geheel op vooruit gaat.
En toch... het tempo moet volgende week een tandje lager.
Geestelijk voel ik me prima: bruisend, vol van plannen, lust om te dansen, etc.
(Bono hoorde ik gisteravond op televisie over de overleden Pavaroti zeggen: "He was so full of lust for life: he was a big baby with a beard.")
En toch... ik heb een beetje te hard gewerkt deze week. Veel onverwachte invaluren gedraaid, waarbij het altijd spannend is of je een klik kunt maken of dat de leerlingen je het lokaal uithonen. Of gewoon niet naar je luisteren en met hun eigen puberdingen doorgaan, terwijl jij ze probeert iets wijs te maken over de Engelse taal. Kunnen ze immers toch al lang! Gelukkig viel het allemaal reuze mee, maar ik voel nu hoe ik me heb ingespannen om het goed te laten verlopen.
Het is ook wennen in mijn nieuwe coördinerende en leidinggevende werkzaamheden. Waar begint mijn functie en houdt die van een ander op? Da's nog heel erg zoeken en dan moet er een hoop geouwehoerd worden om de gewenste duidelijkheid te verkrijgen of verwachtingen bij te stellen. Maar ik voel me als een vis in het water, zo heerlijk vind ik het om zaken te kunnen regelen en organiseren zodat de school er als geheel op vooruit gaat.
En toch... het tempo moet volgende week een tandje lager.
dinsdag, september 04, 2007
Het Verhaal (van de schoolopening)
“Maam, ik ben zo terug!” riep Jos en knalde de deur achter zich dicht. Ze roffelde de trap af naar beneden en ook de buitendeur knalde in de sponning. Met snelle passen was ze bij haar fiets en haalde hem van slot. Op de laatste donderdagmiddag van september, om een uurtje of drie, begaf ze zich op weg naar de videotheek.
De herfst was nu echt begonnen. De zon was nog aangenaam warm, maar stond al laag en scheen een gouden licht over de rood, geel en bruin verkleurende bomen van het park. Het water in de vijvers glinsterde, maar niet zo blikkerig fel als in hartje zomer. Een briesje duwde zachtjes in haar rug en liet al wat gevallen blaadjes over het fietspad ritselen. Binnenkort zouden de ooievaars naar het zuiden vertrekken, net zoals de luid gakkende ganzen die nu hoog boven het hoofd van Jos vlogen.
Nu was Jos normaal gesproken iemand die alles zag en alles hoorde. Nu niet. Haar gedachten waren zo ver weg, dat al deze zaken volledig langs haar heen gingen. Ze probeerde een oplossing te vinden voor het probleem dat ze zoëven al met haar moeder besproken had. Tenminste…. dat had ze geprobeerd. Haar moeder had het nogal druk met één of ander project en een deadline op het ogenblik en had slechts met grote moeite haar laptop even in de steek gelaten, toen Jos haar om hulp had gevraagd.
“Ik moet maandag een spreekbeurt houden en ik heb geen flauw idee hoe ik het aan moet pakken. Het onderwerp is “de held in jezelf” en ik word er helemaal knettergek van iedere keer als ik erover nadenk. Kun jij me alsjeblieft helpen, mam?” had Jos gevraagd.
“Mmmmm……?” had haar moeder geantwoord en was gewoon doorgegaan met haar werk.
Nouja, daar schoot ze toch helemaal niets mee op!
“Maham! Doe nou eens normaal! Ik vraag toch of je me wil helpen!!!”
“Jaja, niet zo schreeuwen hoor. Sorrysorry, maar ik heb het ook zo druk. Ik wil je echt graag helpen, dat weet je best. Ik ben je moeder en als er iets is, kunnen we er altijd over praten, dat weet je. Nou, komop, wat is het probleem?” Demonstratief had ze haar schermpje dichtgeklapt.
Maar Jos merkte wel dat haar moeders aandacht niet echt te vangen was voor haar spreekbeurt. En eigenlijk voelde ze zich een beetje afgescheept door de suggestie om maar naar de videotheek te gaan en daar een film te huren over Sophie Scholl, die tijdens de Tweede Wereldoorlog, samen met haar broer en vrienden, in Duitsland verzet had gepleegd tegen de Nazi’s. Een filmpje kijken als huiswerk was natuurlijk altijd wel leuk, maar hoe ze daardoor de held in zichzelf moest ontdekken…..? Ze had het niet aan haar moeder kunnen vragen, want die werd alweer op haar mobieltje gebeld. Belachelijke ringtone trouwens.
Jantje Smit, dat moest dan grappig zijn.
Tjongejonge…
En nu zat ze dus op de fiets. Ze was begin deze maand zestien geworden en al die jaren was haar leven rimpelloos verlopen. Er gebeurde met haar nooit iets bijzonders. Echt helemaal nooit. Ze had nooit echte problemen en haar vrienden of familie ook niet. Ze geloofde niet ergens in met heel haar hart. Ze had geen idealen of een politieke overtuiging. Als ze achttien was ging ze wel eens nadenken over op wie ze moest stemmen. Dat was nu toch nog helemaal niet belangrijk… Ze was eigenlijk wel tevreden met haar leven en dat van de mensen om haar heen. Hoe moest je dan een held worden?
Nelson Mandela: dat was nou ècht een held. Die had meer dan 27 jaar in de gevangenis gezeten om uiteindelijk zijn volk te bevrijden van het apartheidssysteem in Zuid-Afrika. Mahatma Ghandi had met geweldloos verzet bereikt dat de Britten naar huis waren gegaan. Daarvoor had hij volledig voor schut gelopen met zijn kaalgeschoren hoofd en die rare luier aan, maar hij had het wèl voor elkaar gekregen.
En Rosa Parks, een zwarte vrouw, had het op een dag vertikt om achter in de bus te gaan zitten, terwijl dat volgens de wet toen nog wel moest in Amerika, alleen vanwege haar huidskleur.
Jeanne d’Arc had bezoek gehad van de engel Michael en ze had stemmen gehoord die haar hadden verteld wat ze moest doen. Uiteindelijk was Jeanne zelfs heilig verklaard. Jos hoorde nooit stemmen, behalve dan in schoenenwinkels: “die daar, die MOET je kopen!!”
Over al die helden had ze op school geleerd, maar wat had ze daar verder aan? Hoe zou zij nou ooit beroemd kunnen worden, omdat ze een heldendaad had verricht? Hier in Amsterdam, als zestienjarig meisje, anno 2007: niet dus!
Het was druk op straat. Jos merkte het toen ze wilde oversteken naar de videotheek. Auto’s, een vrachtwagen, een tram, fietsen, brommers, scootertjes.
O, ze wilde er ook zo graag één: een rode met zo’n plankje waar ze haar voeten op kon zetten en haar tas ernaast en met twee blinkend zilveren buitenspiegels en natuurlijk een bijpassende helm. Maar haar ouders vonden het onzin en gevaarlijk en duur en fietsen was veel en veel gezonder…. Die mensen hadden ècht geen leven!
Alles suisde aan Jos voorbij, er werd getoeterd, gebeld en geroepen en het duurde behoorlijk lang voordat ze een gaatje had gevonden in de verkeersstroom. Eenmaal aan de overkant, zette ze haar fiets in het rek op de hoek en boog zich voorover om hem op slot te zetten.
En toen gebeurde er iets raars.
Ze hoorde niets meer.
Of nou ja, niets meer… het was meer dat het geluid heel sterk gedempt werd. Alsof er een dikke wollen deken over de wereld was gelegd. Jos richtte zich op en keek om zich heen om uit te vinden wat er aan de hand kon zijn. Ze wist namelijk zeker dàt er iets aan de hand was òf dat er iets ging gebeuren. Van binnen wist ze dat, zonder er over te hoeven nadenken.
De drukke verkeersstraat was nog steeds druk.
Daar was het niet.
Ze draaide zich om en keek de rustige zijstraat in. De lagere school daar was blijkbaar net uitgegaan.
Ze zag het jongetje met rugzak tussen de geparkeerde auto’s door rennen.
Ze zag de volwassen man, die hem achterna zat.
Ze speelden geen tikkertje.
Het was menens.
En zonder te beseffen wat ze deed, sprintte Jos er naar toe. Ze had nog nooit zo hard gerend.
Haar voeten stopten, toen ze pal voor de man stond, die zijn vaart moest afremmen om haar niet omver te lopen.
Ze moest haar hoofd enigszins in haar nek leggen om hem recht in zijn ogen te kunnen kijken. Met zachte, maar vastberaden stem hoorde ze zichzelf zeggen: “Wat is hier aan de hand?”
Op dat moment werd de wollen deken weer van de wereld weggenomen. Een explosie van geluid, plotseling in haar oren. Ze hoorde kinderen gillen en roepen, ze hoorde het verkeer in de verte weer, ze hoorde zelfs wat vogeltjes, ze hoorde de man schreeuwen.
“Ga aan de kant! Ik neem hem te grazen! Het is genoeg geweest! Bemoei je er niet mee, laat me erdoor! Ga weg! De maat is vol! Hij heeft een pak slaag verdiend!”
“Er worden hier geen kinderen geslagen,” zei Jos “dat gaat niet gebeuren.”
De ogen van de man schoten wild heen en weer. Hij probeerde langs haar heen te glippen, maar hij stond een beetje klem tussen Jos, de auto’s en de horde kinderen die inmiddels achter haar waren komen staan. Om de één of andere reden raakte de man haar niet aan en hij duwde haar ook niet aan de kant, terwijl hij zeker anderhalve kop groter was dan Jos en behoorlijk flink van postuur.
“Vertelt u me dan: wat is er aan de hand? Wat is er gebeurd? Waarom bent u zo kwaad op die jongen?” vroeg ze om het gesprek aan de gang te houden.
“Het moet gewoon afgelopen zijn!” schreeuwde de man “en jij moet aan de kant, want ik zal hem krijgen!”
“Ik ga niet aan de kant. Niet als u die jongen gaat slaan. Dat gaat niet gebeuren,” zei Jos. Haar stem bibberde niet eens, laat staan dat ze stotterde. Ze was zó rustig van binnen. De woorden kwamen als vanzelf in haar op. Ze hoefde er niet eens over na te denken.
“Wat heeft die jongen gedaan, dat u zo kwaad op hem bent?”
“M’n zoontje. Hij moet altijd mijn zoontje hebben. Hij pest hem. En het duurt al zo lang. Het is vorig schooljaar begonnen. Nu is het genoeg geweest. Mijn zoontje komt elke dag huilend thuis en ik kan er niet meer tegen.”
Jos merkte dat de man haar steeds langer bleef aankijken en dat zijn stem en motoriek rustiger werden. De concentratie was langzaam aan het verschuiven van het jongetje met rugzak naar het gesprek dat ze voerden.
“En hebt u er al over gepraat op school?”
“Ja, natuurlijk. Maar die klootzakken doen er niets aan. Het kan ze helemaal niks schelen. Ze beloven van alles, maar het pesten stopt niet. En ik moet mijn zoontje elke dag weer hier naar die rotschool brengen waar hij gepest wordt. Ik heb er zó’n genoeg van.“
O,o, zijn stem werd weer harder, zijn gebaren heftiger.
Een wat mager jongetje van een jaar of tien, met veel te wijde kleren van het verkeerde merk en de verkeerde kleur, afhangende schouders, piekerig melkboerenhondenhaar, een beugelbekkie en een bril met dikke glazen kwam naast de man staan, die een stevige arm om hem heen sloeg. Jos snapte dat dit het zoontje moest zijn. Hij zag er wel erg kwets- en pestbaar uit.
“Misschien moet u een andere school zoeken. Als het pesten niet ophoudt en ze doen er niks aan, is dat misschien een oplossing?”
Het jongetje knikte hevig en keek omhoog naar zijn vader. De man keek nadenkend naar beneden, dan weer naar Jos, dan weer om zich heen.
“Tja, ik weet het niet. Ik wil die rotzak gewoon eens een lesje leren. Waar is hij eigenlijk gebleven?” Hij keek naar de kinderen die zich achter Jos verschanst hadden en duwde zijn zoontje een klein beetje opzij, zodat hij eventueel zijn prooi kon grijpen.
Gelukkig zag Jos op dat moment twee mannen in een blauw uniform aan komen lopen. Geen politie, maar buurtwachters ofzo. Als ze het nog kon rekken, totdat die mannen er waren…
“U maakt het probleem alleen maar groter door het met geweld te lijf te gaan. Er moet een andere oplossing te verzinnen zijn.”
“Jaja, alsof het zo gemakkelijk is om midden in het jaar van school te wisselen. Ik weet niet eens hoe ik dat aan moet pakken. Bovendien is het gewoon niet eerlijk!”
De man begon alweer harder te praten, maar nu waren de buurtwachters gearriveerd. Ze zagen er groot en sterk uit.
“Is hier iets aan de hand?” vroeg één van hen.
“Ach,” zei Jos “het leek er even op. Maar als jullie het over willen nemen, graag!”
De buurtwachters wendden zich tot de man en zeiden “Wat kunnen we voor u doen, meneer?”
Ze knikte naar de man en zijn zoontje en liep weg van de hele scène. En toen voelde ze het: haar knieën trilden en werden helemaal slap alsof ze van rubber waren. Alsof ze zojuist in één keer de trappen van Domtoren had beklommen. En haar hart ging als een gek tekeer: boingboingboing! Het bloed suisde in haar oren.
Mechanisch liep Jos naar haar fiets, haalde hem van het slot en reed naar huis. Helemaal op de automatische piloot, want ze was maar aan het denken.
Wat was er allemaal gebeurd? Het was zo snel gegaan.
Hoe kon het, dat het ineens zo stil was geweest? Dat had ze nog nooit eerder meegemaakt, maar daardoor was alles wèl begonnen.
Hoe had ze gedurfd wat ze had gedaan?
En was dat nou wel zo verstandig geweest? Die man was echt veel groter en sterker dan zij. En zoooooooooooo ontzettend kwaad.
Wat als hij hààr geslagen had?
Of gewoon tegen de grond gesmakt?
Als ze daar van te voren allemaal over had nagedacht, had ze waarschijnlijk niet ingegrepen óf ze was te laat geweest. Dan had die man dat jongetje aan zijn rugzak vast kunnen grijpen en dan… gatverdamme nee: ze moest er niet aan denken.
En zo kreeg ze langzamerhand, tijdens het fietsen, alle gebeurtenissen steeds meer op een rijtje en werden haar gedachten weer helder.
Maar pas toen ze thuis was gekomen, naar boven was gelopen en haar hand op de deurklink legde, realiseerde ze zich, dat ze helemaal vergeten was om die film bij de videotheek te halen…
Alsof ze die nog nodig had!
Lieve heldinnen en helden in deze zaal, ik wens jullie een gewaagd, gedurfd en moedig schooljaar toe!
De herfst was nu echt begonnen. De zon was nog aangenaam warm, maar stond al laag en scheen een gouden licht over de rood, geel en bruin verkleurende bomen van het park. Het water in de vijvers glinsterde, maar niet zo blikkerig fel als in hartje zomer. Een briesje duwde zachtjes in haar rug en liet al wat gevallen blaadjes over het fietspad ritselen. Binnenkort zouden de ooievaars naar het zuiden vertrekken, net zoals de luid gakkende ganzen die nu hoog boven het hoofd van Jos vlogen.
Nu was Jos normaal gesproken iemand die alles zag en alles hoorde. Nu niet. Haar gedachten waren zo ver weg, dat al deze zaken volledig langs haar heen gingen. Ze probeerde een oplossing te vinden voor het probleem dat ze zoëven al met haar moeder besproken had. Tenminste…. dat had ze geprobeerd. Haar moeder had het nogal druk met één of ander project en een deadline op het ogenblik en had slechts met grote moeite haar laptop even in de steek gelaten, toen Jos haar om hulp had gevraagd.
“Ik moet maandag een spreekbeurt houden en ik heb geen flauw idee hoe ik het aan moet pakken. Het onderwerp is “de held in jezelf” en ik word er helemaal knettergek van iedere keer als ik erover nadenk. Kun jij me alsjeblieft helpen, mam?” had Jos gevraagd.
“Mmmmm……?” had haar moeder geantwoord en was gewoon doorgegaan met haar werk.
Nouja, daar schoot ze toch helemaal niets mee op!
“Maham! Doe nou eens normaal! Ik vraag toch of je me wil helpen!!!”
“Jaja, niet zo schreeuwen hoor. Sorrysorry, maar ik heb het ook zo druk. Ik wil je echt graag helpen, dat weet je best. Ik ben je moeder en als er iets is, kunnen we er altijd over praten, dat weet je. Nou, komop, wat is het probleem?” Demonstratief had ze haar schermpje dichtgeklapt.
Maar Jos merkte wel dat haar moeders aandacht niet echt te vangen was voor haar spreekbeurt. En eigenlijk voelde ze zich een beetje afgescheept door de suggestie om maar naar de videotheek te gaan en daar een film te huren over Sophie Scholl, die tijdens de Tweede Wereldoorlog, samen met haar broer en vrienden, in Duitsland verzet had gepleegd tegen de Nazi’s. Een filmpje kijken als huiswerk was natuurlijk altijd wel leuk, maar hoe ze daardoor de held in zichzelf moest ontdekken…..? Ze had het niet aan haar moeder kunnen vragen, want die werd alweer op haar mobieltje gebeld. Belachelijke ringtone trouwens.
Jantje Smit, dat moest dan grappig zijn.
Tjongejonge…
En nu zat ze dus op de fiets. Ze was begin deze maand zestien geworden en al die jaren was haar leven rimpelloos verlopen. Er gebeurde met haar nooit iets bijzonders. Echt helemaal nooit. Ze had nooit echte problemen en haar vrienden of familie ook niet. Ze geloofde niet ergens in met heel haar hart. Ze had geen idealen of een politieke overtuiging. Als ze achttien was ging ze wel eens nadenken over op wie ze moest stemmen. Dat was nu toch nog helemaal niet belangrijk… Ze was eigenlijk wel tevreden met haar leven en dat van de mensen om haar heen. Hoe moest je dan een held worden?
Nelson Mandela: dat was nou ècht een held. Die had meer dan 27 jaar in de gevangenis gezeten om uiteindelijk zijn volk te bevrijden van het apartheidssysteem in Zuid-Afrika. Mahatma Ghandi had met geweldloos verzet bereikt dat de Britten naar huis waren gegaan. Daarvoor had hij volledig voor schut gelopen met zijn kaalgeschoren hoofd en die rare luier aan, maar hij had het wèl voor elkaar gekregen.
En Rosa Parks, een zwarte vrouw, had het op een dag vertikt om achter in de bus te gaan zitten, terwijl dat volgens de wet toen nog wel moest in Amerika, alleen vanwege haar huidskleur.
Jeanne d’Arc had bezoek gehad van de engel Michael en ze had stemmen gehoord die haar hadden verteld wat ze moest doen. Uiteindelijk was Jeanne zelfs heilig verklaard. Jos hoorde nooit stemmen, behalve dan in schoenenwinkels: “die daar, die MOET je kopen!!”
Over al die helden had ze op school geleerd, maar wat had ze daar verder aan? Hoe zou zij nou ooit beroemd kunnen worden, omdat ze een heldendaad had verricht? Hier in Amsterdam, als zestienjarig meisje, anno 2007: niet dus!
Het was druk op straat. Jos merkte het toen ze wilde oversteken naar de videotheek. Auto’s, een vrachtwagen, een tram, fietsen, brommers, scootertjes.
O, ze wilde er ook zo graag één: een rode met zo’n plankje waar ze haar voeten op kon zetten en haar tas ernaast en met twee blinkend zilveren buitenspiegels en natuurlijk een bijpassende helm. Maar haar ouders vonden het onzin en gevaarlijk en duur en fietsen was veel en veel gezonder…. Die mensen hadden ècht geen leven!
Alles suisde aan Jos voorbij, er werd getoeterd, gebeld en geroepen en het duurde behoorlijk lang voordat ze een gaatje had gevonden in de verkeersstroom. Eenmaal aan de overkant, zette ze haar fiets in het rek op de hoek en boog zich voorover om hem op slot te zetten.
En toen gebeurde er iets raars.
Ze hoorde niets meer.
Of nou ja, niets meer… het was meer dat het geluid heel sterk gedempt werd. Alsof er een dikke wollen deken over de wereld was gelegd. Jos richtte zich op en keek om zich heen om uit te vinden wat er aan de hand kon zijn. Ze wist namelijk zeker dàt er iets aan de hand was òf dat er iets ging gebeuren. Van binnen wist ze dat, zonder er over te hoeven nadenken.
De drukke verkeersstraat was nog steeds druk.
Daar was het niet.
Ze draaide zich om en keek de rustige zijstraat in. De lagere school daar was blijkbaar net uitgegaan.
Ze zag het jongetje met rugzak tussen de geparkeerde auto’s door rennen.
Ze zag de volwassen man, die hem achterna zat.
Ze speelden geen tikkertje.
Het was menens.
En zonder te beseffen wat ze deed, sprintte Jos er naar toe. Ze had nog nooit zo hard gerend.
Haar voeten stopten, toen ze pal voor de man stond, die zijn vaart moest afremmen om haar niet omver te lopen.
Ze moest haar hoofd enigszins in haar nek leggen om hem recht in zijn ogen te kunnen kijken. Met zachte, maar vastberaden stem hoorde ze zichzelf zeggen: “Wat is hier aan de hand?”
Op dat moment werd de wollen deken weer van de wereld weggenomen. Een explosie van geluid, plotseling in haar oren. Ze hoorde kinderen gillen en roepen, ze hoorde het verkeer in de verte weer, ze hoorde zelfs wat vogeltjes, ze hoorde de man schreeuwen.
“Ga aan de kant! Ik neem hem te grazen! Het is genoeg geweest! Bemoei je er niet mee, laat me erdoor! Ga weg! De maat is vol! Hij heeft een pak slaag verdiend!”
“Er worden hier geen kinderen geslagen,” zei Jos “dat gaat niet gebeuren.”
De ogen van de man schoten wild heen en weer. Hij probeerde langs haar heen te glippen, maar hij stond een beetje klem tussen Jos, de auto’s en de horde kinderen die inmiddels achter haar waren komen staan. Om de één of andere reden raakte de man haar niet aan en hij duwde haar ook niet aan de kant, terwijl hij zeker anderhalve kop groter was dan Jos en behoorlijk flink van postuur.
“Vertelt u me dan: wat is er aan de hand? Wat is er gebeurd? Waarom bent u zo kwaad op die jongen?” vroeg ze om het gesprek aan de gang te houden.
“Het moet gewoon afgelopen zijn!” schreeuwde de man “en jij moet aan de kant, want ik zal hem krijgen!”
“Ik ga niet aan de kant. Niet als u die jongen gaat slaan. Dat gaat niet gebeuren,” zei Jos. Haar stem bibberde niet eens, laat staan dat ze stotterde. Ze was zó rustig van binnen. De woorden kwamen als vanzelf in haar op. Ze hoefde er niet eens over na te denken.
“Wat heeft die jongen gedaan, dat u zo kwaad op hem bent?”
“M’n zoontje. Hij moet altijd mijn zoontje hebben. Hij pest hem. En het duurt al zo lang. Het is vorig schooljaar begonnen. Nu is het genoeg geweest. Mijn zoontje komt elke dag huilend thuis en ik kan er niet meer tegen.”
Jos merkte dat de man haar steeds langer bleef aankijken en dat zijn stem en motoriek rustiger werden. De concentratie was langzaam aan het verschuiven van het jongetje met rugzak naar het gesprek dat ze voerden.
“En hebt u er al over gepraat op school?”
“Ja, natuurlijk. Maar die klootzakken doen er niets aan. Het kan ze helemaal niks schelen. Ze beloven van alles, maar het pesten stopt niet. En ik moet mijn zoontje elke dag weer hier naar die rotschool brengen waar hij gepest wordt. Ik heb er zó’n genoeg van.“
O,o, zijn stem werd weer harder, zijn gebaren heftiger.
Een wat mager jongetje van een jaar of tien, met veel te wijde kleren van het verkeerde merk en de verkeerde kleur, afhangende schouders, piekerig melkboerenhondenhaar, een beugelbekkie en een bril met dikke glazen kwam naast de man staan, die een stevige arm om hem heen sloeg. Jos snapte dat dit het zoontje moest zijn. Hij zag er wel erg kwets- en pestbaar uit.
“Misschien moet u een andere school zoeken. Als het pesten niet ophoudt en ze doen er niks aan, is dat misschien een oplossing?”
Het jongetje knikte hevig en keek omhoog naar zijn vader. De man keek nadenkend naar beneden, dan weer naar Jos, dan weer om zich heen.
“Tja, ik weet het niet. Ik wil die rotzak gewoon eens een lesje leren. Waar is hij eigenlijk gebleven?” Hij keek naar de kinderen die zich achter Jos verschanst hadden en duwde zijn zoontje een klein beetje opzij, zodat hij eventueel zijn prooi kon grijpen.
Gelukkig zag Jos op dat moment twee mannen in een blauw uniform aan komen lopen. Geen politie, maar buurtwachters ofzo. Als ze het nog kon rekken, totdat die mannen er waren…
“U maakt het probleem alleen maar groter door het met geweld te lijf te gaan. Er moet een andere oplossing te verzinnen zijn.”
“Jaja, alsof het zo gemakkelijk is om midden in het jaar van school te wisselen. Ik weet niet eens hoe ik dat aan moet pakken. Bovendien is het gewoon niet eerlijk!”
De man begon alweer harder te praten, maar nu waren de buurtwachters gearriveerd. Ze zagen er groot en sterk uit.
“Is hier iets aan de hand?” vroeg één van hen.
“Ach,” zei Jos “het leek er even op. Maar als jullie het over willen nemen, graag!”
De buurtwachters wendden zich tot de man en zeiden “Wat kunnen we voor u doen, meneer?”
Ze knikte naar de man en zijn zoontje en liep weg van de hele scène. En toen voelde ze het: haar knieën trilden en werden helemaal slap alsof ze van rubber waren. Alsof ze zojuist in één keer de trappen van Domtoren had beklommen. En haar hart ging als een gek tekeer: boingboingboing! Het bloed suisde in haar oren.
Mechanisch liep Jos naar haar fiets, haalde hem van het slot en reed naar huis. Helemaal op de automatische piloot, want ze was maar aan het denken.
Wat was er allemaal gebeurd? Het was zo snel gegaan.
Hoe kon het, dat het ineens zo stil was geweest? Dat had ze nog nooit eerder meegemaakt, maar daardoor was alles wèl begonnen.
Hoe had ze gedurfd wat ze had gedaan?
En was dat nou wel zo verstandig geweest? Die man was echt veel groter en sterker dan zij. En zoooooooooooo ontzettend kwaad.
Wat als hij hààr geslagen had?
Of gewoon tegen de grond gesmakt?
Als ze daar van te voren allemaal over had nagedacht, had ze waarschijnlijk niet ingegrepen óf ze was te laat geweest. Dan had die man dat jongetje aan zijn rugzak vast kunnen grijpen en dan… gatverdamme nee: ze moest er niet aan denken.
En zo kreeg ze langzamerhand, tijdens het fietsen, alle gebeurtenissen steeds meer op een rijtje en werden haar gedachten weer helder.
Maar pas toen ze thuis was gekomen, naar boven was gelopen en haar hand op de deurklink legde, realiseerde ze zich, dat ze helemaal vergeten was om die film bij de videotheek te halen…
Alsof ze die nog nodig had!
Lieve heldinnen en helden in deze zaal, ik wens jullie een gewaagd, gedurfd en moedig schooljaar toe!
maandag, september 03, 2007
September...?
Gisteren was het drie weken geleden dat ik iets schreef op deze plek. Intussen is Zusje jarig geweest en heb ik mijn huiskamer- en keukenvloer geschuurd (gevolg: het hele huis zat onder het stof en de buurvrouw kwam klagen over het aanhoudende lawaai)en in een heerlijk ruikende olie gezet. Mijn huis is er echt op vooruit gegaan en dat komt mijn humeur zeer ten goede.
School is weer begonnen! Dochter heeft haar eerste introductiedagen erop zitten en kan niet wachten totdat ze weer mag. Heeft ze zich hier nou zo zenuwachtig over gemaakt?! Leuke mentor, leuke klasgenoten, leuke school: dat klinkt uitermate veelbelovend en dat is het ook.
Op de school waar ik werk, wordt bij de opening van het schooljaar altijd een verhaal verteld door een leerkracht. Ik had het op me genomen om daar iemand voor te ronselen en bleek het daardoor uiteindelijk zelf op te moeten knappen. Gelukkig kreeg ik dit signaal al vrij duidelijk voor de vakantie: maar liefst zeven weken voorbereidingstijd.
Het was een feest om het te doen. Ze (300 leerlingen per keer) waren verbazingwekkend stil en aandachtig. Het was net alsof ik een bijzonder grote klas voor me had. Het duurde ongeveer twintig minuten en ik deed het geheel uit het hoofd.
Na afloop kreeg ik complimenten van collega's. Pubers zeggen in zo'n situatie niets uit zichzelf en ik voelde geen behoefte om te vragen. Maar tijdens het lesgeven meen ik nu verschil te merken: het lijkt alsof ik in hun achting ben gestegen.
En zo hoort het ook!
School is weer begonnen! Dochter heeft haar eerste introductiedagen erop zitten en kan niet wachten totdat ze weer mag. Heeft ze zich hier nou zo zenuwachtig over gemaakt?! Leuke mentor, leuke klasgenoten, leuke school: dat klinkt uitermate veelbelovend en dat is het ook.
Op de school waar ik werk, wordt bij de opening van het schooljaar altijd een verhaal verteld door een leerkracht. Ik had het op me genomen om daar iemand voor te ronselen en bleek het daardoor uiteindelijk zelf op te moeten knappen. Gelukkig kreeg ik dit signaal al vrij duidelijk voor de vakantie: maar liefst zeven weken voorbereidingstijd.
Het was een feest om het te doen. Ze (300 leerlingen per keer) waren verbazingwekkend stil en aandachtig. Het was net alsof ik een bijzonder grote klas voor me had. Het duurde ongeveer twintig minuten en ik deed het geheel uit het hoofd.
Na afloop kreeg ik complimenten van collega's. Pubers zeggen in zo'n situatie niets uit zichzelf en ik voelde geen behoefte om te vragen. Maar tijdens het lesgeven meen ik nu verschil te merken: het lijkt alsof ik in hun achting ben gestegen.
En zo hoort het ook!
zondag, augustus 12, 2007
Eend met whiskey
Koop een eend van ongeveer 5 Kg voor 6 personen, twee grote flessen schotse whisky, spekreepjes en een fles olijfolie. De eend larderen en de binnenkant inwrijven met peper en zout. De oven 10 minuten voorverwarmen op 180 graden.
Een longdrinkglas voor de helft vullen met whisky.
De whisky opdrinken gedurende het voorverwarmen van de oven.
De eend op een muur...vuurvaste schotel leggen en een tweede glas whisky inschenken.
Het tweede glas whisky opdrinken en de eend in de oven zetten. Na 20 minuten de oven op 200 graden zetten en 2 glaven vubben met whisky.
De glaven opdlinken en de scherven van et eelste glav oplaapen. Nog en nalff glav insjenke en opdlinke.
Na en nalff uul de hoven opedoen om deend te sjekkn.
Blantwondezalf in de padkamer ganaale en opde povekand van de linkerand toen.
Denove nen sgop geve.
Twee glave wiskiinsjenke en tmiddelste glaf leegdwinke.
De nove opedoen naa dattet eerste glaf leeggis en de sjotel vastpakke.
De blantwondezalf op de binnekand van de regtehantoen en deent oprape.
Deent nogis oprape en met nen nantdoek de bwantwondesalv van deent vege.
Ze hande ontvette me viskey en de tupe ssalf veeroprape.
Tkapotte glazzopvege endeent terug in dehove doen.
Deheent oprape en dove eers opedoen.
De twwwiede fles biski opedoen en overeindzette.
Opstaan van de vloer ent vetssspek ondrde kas vege.
Nogis opstaan van de vloer en tochma blijve zitte.
De bles op de grondzette.
Uide bles drinke wande glave sijn op of kabot.
Denove afzette, deooge sluiten en omvalle.
De volgende late voormiddag de eend aansnijden met het zilveren
feestbestek en degusteren met citroen en mayonaise.
De hele rest van de middag en de vroege avond de rotzooi in de keuken opruimen.
De glasscherven en lege flessen naar de glasbak brengen en op de
terugweg paracetamol en maagzout kopen.
Een longdrinkglas voor de helft vullen met whisky.
De whisky opdrinken gedurende het voorverwarmen van de oven.
De eend op een muur...vuurvaste schotel leggen en een tweede glas whisky inschenken.
Het tweede glas whisky opdrinken en de eend in de oven zetten. Na 20 minuten de oven op 200 graden zetten en 2 glaven vubben met whisky.
De glaven opdlinken en de scherven van et eelste glav oplaapen. Nog en nalff glav insjenke en opdlinke.
Na en nalff uul de hoven opedoen om deend te sjekkn.
Blantwondezalf in de padkamer ganaale en opde povekand van de linkerand toen.
Denove nen sgop geve.
Twee glave wiskiinsjenke en tmiddelste glaf leegdwinke.
De nove opedoen naa dattet eerste glaf leeggis en de sjotel vastpakke.
De blantwondezalf op de binnekand van de regtehantoen en deent oprape.
Deent nogis oprape en met nen nantdoek de bwantwondesalv van deent vege.
Ze hande ontvette me viskey en de tupe ssalf veeroprape.
Tkapotte glazzopvege endeent terug in dehove doen.
Deheent oprape en dove eers opedoen.
De twwwiede fles biski opedoen en overeindzette.
Opstaan van de vloer ent vetssspek ondrde kas vege.
Nogis opstaan van de vloer en tochma blijve zitte.
De bles op de grondzette.
Uide bles drinke wande glave sijn op of kabot.
Denove afzette, deooge sluiten en omvalle.
De volgende late voormiddag de eend aansnijden met het zilveren
feestbestek en degusteren met citroen en mayonaise.
De hele rest van de middag en de vroege avond de rotzooi in de keuken opruimen.
De glasscherven en lege flessen naar de glasbak brengen en op de
terugweg paracetamol en maagzout kopen.
vrijdag, augustus 10, 2007
De mooiste
Afgelopen dinsdag kwam M. om een uur of vier 's middags voorrijden met haar supertweedehandse Peugeotje 106 diesel om Dochter en mij mee te nemen naar het strand bij Wijk aan Zee. Altijd weer vervreemdend om op weg naar de zee zoveel industriële schoonheid te moeten aanschouwen... Duinen of bergen vind ik op de één of andere manier toch passender.
Het was bijzonder goed toeven bij Aloha met elkaar en muntthee, ijskoffie, smoothies, een verdwaalde cocktail, prosecco en witte wijn. Prachtig uitzicht over het water, rust en intelligente edoch lichtvoetige conversatie. Het was dermate fijn, dat we besloten om er te eten.
Zul je altijd zien.
Het Paradijs duurt niet eeuwig.
Op het moment dat we onze bestelling hadden geplaatst, ploften naast ons twee overjarige, blonde, Westfries knauwende (ik dacht even dat één van hen Sonja Bakker was) moeders neer, met in hun kielzog een stuk of wat luidruchtige kindertjes tussen de zes en tien jaar. De leeftijd dat ze nèt niet meer schattig zijn als ze hard praten, rennen, schreeuwen of huilen, terwijl ze dat in die fase juist heel veel doen. De moeders bestelden wat en lieten de kinderen voor wat ze waren: onopgevoede, asociale lawaaimakers. Ze hadden blijkbaar even recht op een moment voor zichzelf. Djiezzz.
Het is dan niet eens zozeer de ergernis om al het lawaai die mijn pret verstoort, alswel de vragen die me naar aanleiding daarvan door het hoofd tollen: zal ik hier nu wat van zeggen of zozeer zen zijn dat ik het allemaal niet eens meer hoor? en als ik er dan wat van zeg, welke woorden gebruik ik dan? of moeten we ergens anders gaan zitten? hoe kun je zozeer zen worden dat je hier geen last meer van hebt?
Uiteindelijk verdwenen de kinderen richting vloedlijn en keerde de rust weer. Sommige problemen lossen zichzelf op.
Toen we om een uur of negen huiswaarts togen, maakte ik de volgende opnames van de ondergaande zon. Ik kan niet kiezen welke ik de mooiste vind. Wie wel?
Nummer 1
Nummer 2
Het was bijzonder goed toeven bij Aloha met elkaar en muntthee, ijskoffie, smoothies, een verdwaalde cocktail, prosecco en witte wijn. Prachtig uitzicht over het water, rust en intelligente edoch lichtvoetige conversatie. Het was dermate fijn, dat we besloten om er te eten.
Zul je altijd zien.
Het Paradijs duurt niet eeuwig.
Op het moment dat we onze bestelling hadden geplaatst, ploften naast ons twee overjarige, blonde, Westfries knauwende (ik dacht even dat één van hen Sonja Bakker was) moeders neer, met in hun kielzog een stuk of wat luidruchtige kindertjes tussen de zes en tien jaar. De leeftijd dat ze nèt niet meer schattig zijn als ze hard praten, rennen, schreeuwen of huilen, terwijl ze dat in die fase juist heel veel doen. De moeders bestelden wat en lieten de kinderen voor wat ze waren: onopgevoede, asociale lawaaimakers. Ze hadden blijkbaar even recht op een moment voor zichzelf. Djiezzz.
Het is dan niet eens zozeer de ergernis om al het lawaai die mijn pret verstoort, alswel de vragen die me naar aanleiding daarvan door het hoofd tollen: zal ik hier nu wat van zeggen of zozeer zen zijn dat ik het allemaal niet eens meer hoor? en als ik er dan wat van zeg, welke woorden gebruik ik dan? of moeten we ergens anders gaan zitten? hoe kun je zozeer zen worden dat je hier geen last meer van hebt?
Uiteindelijk verdwenen de kinderen richting vloedlijn en keerde de rust weer. Sommige problemen lossen zichzelf op.
Toen we om een uur of negen huiswaarts togen, maakte ik de volgende opnames van de ondergaande zon. Ik kan niet kiezen welke ik de mooiste vind. Wie wel?
Nummer 1
Nummer 2
maandag, augustus 06, 2007
Restje Frankrijk
Ik heb nog wat foto's in de aanbieding van het tripje Frankrijk met Zoon, alweer zo'n drie weken geleden.
Op een dag reden we naar Mont St. Michel. Volgens de verhalen heeft de aartsengel Michael een bisschop tot drie keer toe bezocht en hem met steeds dwingender kracht verzocht om een klooster te bouwen op een plek die in de oude Keltische godsdienst al heilig was. De bisschop, die wat schijterig was aangelegd, durfde in eerste instantie niet zo goed. Het Christendom was in die tijd (begin 8e eeuw) nog niet zo stevig verankerd in Normandië en hij was bang dat de bevolking zich tegen hem zou keren. Pas toen Michael bij zijn laatste bezoek zijn vinger in het voorhoofd van de bisschop priemde, ging deze overstag.
In juli zijn er blijkbaar nog veel meer mensen die willen zien wat dat initiatief uiteindelijk heeft opgeleverd. Zoon en ik waren gelukkig al heel tevreden om vanuit de verte te genieten van het indrukwekkende bouwwerk. Zo bespaar je jezelf een hoop narigheid, nietwaar? Vervolgens zijn we langs de kust naar het noorden gereden, her en der stoppend om het landschap goed in ons op te nemen.
Op deze foto is de heilige berg tot een klein frutseltje gereduceerd.
Dit was het uitzicht naar de andere kant toe. Het was overduidelijk eb en het deed sterk denken aan de Waddenzee.
Een dag na dit alles reden we naar Bayeux om daar de Tapisserie te bezichtigen die Koningin Madeleine maakte -samen met haar hofdames, neem ik maar even aan- om de Slag bij Hastings in 1066 te verbeelden. Haar man Willem de Veroveraar voerde daar de Franse troepen aan en kreeg er na de overwinning nog een koninkrijk bij. Zo ging dat in die tijd.
In de kathedraal van Bayeux werd de Tapisserie regelmatig getoond, zodat gelovigen op de hoogte konden blijven van de vorderingen.
Later in de middag kwamen we aan in Rouen om daar ook nog de kathedraal te bezoeken, maar kwamen "per ongeluk" eerst in de kerk van St.-Ouen (geen typefout) terecht.
Zeer indrukwekkend door de eenvoud, al het licht en de enorme verticaliteit, waardoor de hoogte immens leek. Heel stil en rustig konden we een kaarsje opsteken voor onszelf en Dochter en Vriend (die in Spanje waren) om zo een veilige thuisreis voor ons allen te vragen. Daarna gingen we ook nog naar de "echte" kathedraal: afgeladen met luidruchtige toeristen...
En op donderdag 18 juli, rond de klok van vijven, waren we inderdaad allemaal weer veilig thuis. Het voelde alsof ik heel lang weg was geweest en na berekening bleek dat we 10 kerken (gemiddeld één per dag) hadden bezocht en 3000 km afgelegd. Wowie!
Op een dag reden we naar Mont St. Michel. Volgens de verhalen heeft de aartsengel Michael een bisschop tot drie keer toe bezocht en hem met steeds dwingender kracht verzocht om een klooster te bouwen op een plek die in de oude Keltische godsdienst al heilig was. De bisschop, die wat schijterig was aangelegd, durfde in eerste instantie niet zo goed. Het Christendom was in die tijd (begin 8e eeuw) nog niet zo stevig verankerd in Normandië en hij was bang dat de bevolking zich tegen hem zou keren. Pas toen Michael bij zijn laatste bezoek zijn vinger in het voorhoofd van de bisschop priemde, ging deze overstag.
In juli zijn er blijkbaar nog veel meer mensen die willen zien wat dat initiatief uiteindelijk heeft opgeleverd. Zoon en ik waren gelukkig al heel tevreden om vanuit de verte te genieten van het indrukwekkende bouwwerk. Zo bespaar je jezelf een hoop narigheid, nietwaar? Vervolgens zijn we langs de kust naar het noorden gereden, her en der stoppend om het landschap goed in ons op te nemen.
Op deze foto is de heilige berg tot een klein frutseltje gereduceerd.
Dit was het uitzicht naar de andere kant toe. Het was overduidelijk eb en het deed sterk denken aan de Waddenzee.Een dag na dit alles reden we naar Bayeux om daar de Tapisserie te bezichtigen die Koningin Madeleine maakte -samen met haar hofdames, neem ik maar even aan- om de Slag bij Hastings in 1066 te verbeelden. Haar man Willem de Veroveraar voerde daar de Franse troepen aan en kreeg er na de overwinning nog een koninkrijk bij. Zo ging dat in die tijd.
In de kathedraal van Bayeux werd de Tapisserie regelmatig getoond, zodat gelovigen op de hoogte konden blijven van de vorderingen.Later in de middag kwamen we aan in Rouen om daar ook nog de kathedraal te bezoeken, maar kwamen "per ongeluk" eerst in de kerk van St.-Ouen (geen typefout) terecht.
Zeer indrukwekkend door de eenvoud, al het licht en de enorme verticaliteit, waardoor de hoogte immens leek. Heel stil en rustig konden we een kaarsje opsteken voor onszelf en Dochter en Vriend (die in Spanje waren) om zo een veilige thuisreis voor ons allen te vragen. Daarna gingen we ook nog naar de "echte" kathedraal: afgeladen met luidruchtige toeristen...En op donderdag 18 juli, rond de klok van vijven, waren we inderdaad allemaal weer veilig thuis. Het voelde alsof ik heel lang weg was geweest en na berekening bleek dat we 10 kerken (gemiddeld één per dag) hadden bezocht en 3000 km afgelegd. Wowie!
zaterdag, augustus 04, 2007
vrijdag, augustus 03, 2007
Weer thuis
Vanmiddag heeft de afsluiting plaats gevonden van een enerverende week. Anderen hebben zich vast en zeker als een vis in het water gevoeld, maar ik heb me geregeld afgevraagd:"Waarom ben ik hier? Wat heb ik hier te zoeken?". Tijdens de lunch vandaag vertelde ik daar schoorvoetend over, maar kreeg een zeer vlot en ook wel bemoedigend antwoord van mijn tafeldame.
"Mensen als jij, meer praktijkgericht en concreet, zijn ontzettend hard nodig. Sofen zitten veel te veel in hun hoofd, hebben prachtige idealen en ideeën, maar weten niet hoe ze uit te voeren en dan blijft het allemaal zo in de lucht hangen."
Tja, dat kan allemaal wel zo zijn, maar die eigenschappen van mij komen natuurlijk op nog veel meer andere plaatsen van pas... dan moet er voor mij dus ook iets te halen zijn. Anders zou ik even goed ergens anders kunnen gaan werken.
In ieder geval heb ik vier middagen met volle overgave lessen genoten in schilderen: kleuren en vormen laten ontstaan, dóórschilderen, niet gaan tekenen en op die manier -keihard werkend met rood hoofd en bonkend hart- wachten op het moment dat er iets op komt doemen. Wat een worsteling kon dat zijn en wat een euforie als het inderdaad lukte!
Elke dag zongen we 's ochtends na de koffiepauze onder leiding van een vakkundige en bevlogen vrouw met een kleine driehonderd conferentiegangers meerstemmige liedjes en canons. Eerst wat stemoefeningen, waarbij de "kathedralenbouw" door middel van toonladders in verschillende soorten (sopranen, alten en bassen) me soms tot tranen roerde. Daarna lekker los met allerlei repertoire. Vrolijkmakend.
En dan is er nog de liefde en het respect voor leerlingen en hun ontwikkeling. En het streven om los te komen van een oordeel door eerst maar eens heel nauwkeurig waar te nemen wat de feiten zijn, waardoor onderscheid tussen mijn en dijn ontstaat. En dan kun je voelen hoeveel ruimer de wereld wordt met zoveel meer mogelijkheden.
Dat zijn zaken die mij van huis uit vreemd zijn...
"A dirty mind is a joy forever," heb ik van mijn moeder geleerd.
Bij de afsluiting was er een kleine presentatie door een aantal leerkrachten die zich op het bespelen van de blokfluit hadden gericht. Ik kan niet zo goed tegen dat geluid, maar met enige inspanning en concentratie lukte het me om rustig te blijven zitten en in een soort vegetatieve toestand te geraken. Het opperhoofd van de conferentie, dat de verschillende onderdelen van de laatste bijeenkomst aan elkaar praatte, vermeldde na afloop van het concertje met een uitgestreken gezicht en zorgvuldig articulerend: "Meer informatie is te verkrijgen bij het Pijpersgilde." Ik schrok wakker van het laatste woord, maar dacht even dat ik het niet goed gehoord had. Het bleef zo wollig stil in de zaal. Snel keek ik naar mijn collega naast mij. Had ik beter niet kunnen doen. Tranen over de wangen. Bijna gestikt van het lachen.
Zou wel erg jammer zijn geweest.
"Mensen als jij, meer praktijkgericht en concreet, zijn ontzettend hard nodig. Sofen zitten veel te veel in hun hoofd, hebben prachtige idealen en ideeën, maar weten niet hoe ze uit te voeren en dan blijft het allemaal zo in de lucht hangen."
Tja, dat kan allemaal wel zo zijn, maar die eigenschappen van mij komen natuurlijk op nog veel meer andere plaatsen van pas... dan moet er voor mij dus ook iets te halen zijn. Anders zou ik even goed ergens anders kunnen gaan werken.
In ieder geval heb ik vier middagen met volle overgave lessen genoten in schilderen: kleuren en vormen laten ontstaan, dóórschilderen, niet gaan tekenen en op die manier -keihard werkend met rood hoofd en bonkend hart- wachten op het moment dat er iets op komt doemen. Wat een worsteling kon dat zijn en wat een euforie als het inderdaad lukte!
Elke dag zongen we 's ochtends na de koffiepauze onder leiding van een vakkundige en bevlogen vrouw met een kleine driehonderd conferentiegangers meerstemmige liedjes en canons. Eerst wat stemoefeningen, waarbij de "kathedralenbouw" door middel van toonladders in verschillende soorten (sopranen, alten en bassen) me soms tot tranen roerde. Daarna lekker los met allerlei repertoire. Vrolijkmakend.En dan is er nog de liefde en het respect voor leerlingen en hun ontwikkeling. En het streven om los te komen van een oordeel door eerst maar eens heel nauwkeurig waar te nemen wat de feiten zijn, waardoor onderscheid tussen mijn en dijn ontstaat. En dan kun je voelen hoeveel ruimer de wereld wordt met zoveel meer mogelijkheden.
Dat zijn zaken die mij van huis uit vreemd zijn...
"A dirty mind is a joy forever," heb ik van mijn moeder geleerd.
Bij de afsluiting was er een kleine presentatie door een aantal leerkrachten die zich op het bespelen van de blokfluit hadden gericht. Ik kan niet zo goed tegen dat geluid, maar met enige inspanning en concentratie lukte het me om rustig te blijven zitten en in een soort vegetatieve toestand te geraken. Het opperhoofd van de conferentie, dat de verschillende onderdelen van de laatste bijeenkomst aan elkaar praatte, vermeldde na afloop van het concertje met een uitgestreken gezicht en zorgvuldig articulerend: "Meer informatie is te verkrijgen bij het Pijpersgilde." Ik schrok wakker van het laatste woord, maar dacht even dat ik het niet goed gehoord had. Het bleef zo wollig stil in de zaal. Snel keek ik naar mijn collega naast mij. Had ik beter niet kunnen doen. Tranen over de wangen. Bijna gestikt van het lachen.
Zou wel erg jammer zijn geweest.
Abonneren op:
Posts (Atom)
